Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Els Moors

 

Recensie over de bundel

Er hangt een hoge lucht boven ons

Els Moors

geschreven door
Wil Fraikin

 zie ook http://zoveelstezone.blogspot.com


 

Het blijft maar tobben in de liefde.

 

Deze bundel bevat 59 gedichten, bijna halverwege onderbroken door aan elkaar verwante “acht notities”, alle titelloos. Zeven ervan benoemen
de ‘witte fuckende konijnen’. Het 8ste gedicht gaat over vreemdheid en mannen waarachter ‘de deur vanzelf dicht valt’.
-
In de verzamelbundel “De 100 beste gedichten van 2006” (De Arbeiderspers 2007) zijn van Els Moors vijf gedichten opgenomen waarvan  drie uit deze acht ‘notities’: en dit is vreemd. “De witte fuckende konijnen” werden thematisch aan elkaar gekoppeld gebracht, maar een recensent sneed er zijns inziens de beste uit. -

De dichteres blijft in deze nieuwe bundel dicht bij haarzelf: verwacht geen diepzinnigheden maar sensualisme die geen man doet blijven. Haar sensualiteit is een vorm van vlucht: de dichteres laat de causaliteit in het midden. De dichteres is eerlijk: ook zij stelt zichzelf de vraag of zij niet ambivalent staat tegenover haar eigen erotiek. Al haar gedichten gaan eigenlijk over waarnemingen en verlangen. Hierin schuwt zij niet het voorspelbare taalgebruik:

“terwijl hij / een nacht lang / mijn oor likt / wacht ik / het ongemak / van afglijdende lakens af” – “daarna gaat hij naar huis “.

Henk van der Waal was deze dichteres genadig. Want dit stuk gedicht is een prozazin, slim in kleine elementen gehakt om een suggestie te wekken dat de liefde tobsport is.

De dichteres kan zeker vaak de dingen poëtisch adequaat benoemen: maar omwille van collectievorming blijkt er hier en daar wat haastwerk:

“de straat is een glimmende vlakte
Waar regen op valt”-

wat dubbel gezegd is. Dubbelzeggingen kunnen, zie de trits verzen over de fokkende konijnen, meligheid als troefkaart tegenover het eigen leven duidelijk maken. Maar meligheid is niet de stijl van deze dichteres. Stijlvastheid is niet haar stek: het is goede slampoëzie.
Mijns inziens
zijn teveel gedichten in deze bundel goede pubergedichten: je voelt diep (in de liefde), omschrijft je waarneming én jouw gevoel; je zet het in regels die je uiteen hakt tot dichtregels die jij weer in spaanders hakt tot zinsdelen, waarbij niet gelet wordt op de zo moeilijke combi van betekenissen, afbrekingen, spelen met proza (waarneming) en gevoelvol poëtisch “Schlecht-Erfinden”.

Door dat gekwadrateerd in stukkies gehak van zinsdelen, leest de argeloze lezer over de voorspelbaarheid van het gestelde heen. Veel van haar poëzie ademt na eerste lezing een behoefte dat de dichteres zo graag wil dichten, want die liefde, nee dat werkt niet.

Door de uitingsdrang leiden veel gedichten aan geconstrueerdheid en bedachte interessantheid. Vaak herhaalt de dichteres wat de lezer al denkt: na enkele gedichten gelezen te hebben valt mij haar voorspelbaarheid op. Binnen een dichterlijke taal komt zij niet tot een pointe die steek houdt, omdat ze in documentaire, gewone waarnemingen blijft steken om een universeel gevoel, nl. eenzaamheid, in poëzie te vangen.
De cyclus “de witte fuckende konijnen” is origineel maar een voorspelbare vondst: het is des dichters “limonadegevoel”. De cyclus is soms vreselijk om te lezen vanwege de herhalingen als vormtechniek, maar niet inhoudelijk gevoelsmatig. Vooral de eindigheid (van relaties) wordt benoemd door zinsnedes als “de deur valt dicht”, “tegen de muur aanknalt” en “je vraagt om een taxi”.
Binnen deze cyclus staat een gedicht dat er uitspringt: hierin is de dichteres eerlijk, wars van bedachte poëticale (over)constructies: een verzuchting, een vraag, een intense behoefte die gedragen wordt door een lief gedicht met begrijpelijke documentaire annotaties, kordaatheid en een verzoek om haar niet te breken: vol metrum, rijm en dit rijm zo achteloos en perfect dat dit wel de perfecte wip was met dat ultieme konijn: dé “Vlaamse Reus”?

“(-)
…………. de leegte staat op draagbaar
een twee drie mars laten we samen
bewegen en niet onnodig wervels kraken
leg beide handen liefdevol rond dit brein
wij gaan huiswaarts
naar  het witte fuckende konijn”

 Alle ook niet aangehaalde regels in dit gedicht zijn dubbelzinnig en daardoor funktioneel: de dichter suggereert ermee dat zij dat konijn is.
Ik vermoed dat dit  gedicht precies de poetica van de dichteres is: eindrijm en dubbelzinnigheid. Eerlijkheid en klacht, hopeloosheid en vitalisme:deze acht gedichten horen niet in deze bundel thuis, maar zouden…………..?

Graag speel ik de vraag door naar de dichteres en de redactie van Nieuw Amsterdam.

 “ik ben een slet met vleugels
alleen zo blijf ik ons voor“ 

typeert de dichteres in haar gevoelsexhibitionisme.
Binnen haar poëzie vallen mij Clausiaanse zinnen en taalconstructies op: het pleit voor de dichteres dat ze onder zijn rook haar wierookstokje stookt.
Meligheid relativeert. Door de herhalingen binnen de gedichten ontstaat er een laconiekheid. Het gedoe en het getob over de liefde, de kortstondige relaties, veroorzaakt onderling inwisselbare gedichten. Dit had een veel sterkere bundel kunnen zijn: in de beperking toont zich de meesteres.Deze beperking had de dichteres kunnen behoeden voor verschrikkelijke uitglijders als:

“de rotsen die hier in het zand liggen
Liggen er al eeuwen
Die rotsen liggen in het zand”

“de overkant van de baai ligt
Na het optrekken van de mist (sic!)
Als een baai in het water…”

Naast deze gruwels zijn er prachtige vondsten: iets haalt bij de dichter teveel registers door elkaar. Alles draait om alledaagsheid en verlangen, maar het komt er m.i. niet écht goed uit. Het blijft bij notaties maar deze zijn zó summier en algemeen dat de waarlijk authentieke strekking zoek is.Na veel korte gedichten kreeg ik het doorleesgevoel: “en nu?”

“ergens anders ligt de rust
de stilte van een watertoren
of  een zingende vogel
op een beker in een souvenirshop naast de apotheker (-)”


Jazeker: het is de poëziehypotheker! Het is jammer: te snel geschreven, te snel gebundeld, te weinig reflectie op eigen talige boodschap.
De laatste regels van de bundel zeggen alles:

“zonder ons kan niets beginnen
zonder ons is alles gedaan”.

Het blijft tobben in de liefde, maar poëzie zou hierboven moeten staan.


ISBN 9789046800157 Paperback 52 pagina's | Nieuw Amsterdam

Wil Fraikin

Lees de reacties op het forum en-of reageer, klik HIER