Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Lies Van Gasse

Recensie poëziebundel

'Hetzelfde gedicht steeds weer'

Lies Van Gasse

door Thierry Deleu




LIES VAN GASSE, DE REVELATIE VAN DICHTERLAND 2008


Lies Van Gasse (25) uit Sint-Niklaas publiceerde haar debuutbundel Hetzelfde gedicht steeds weer bij uitgeverij Wereldbibliotheek. Een entree door de grote poort!
Zij geeft les plastische opvoeding aan de Landbouwschool en tekenles aan de Academie voor Schone Kunsten in Sint-Niklaas. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de illustraties in de bundel van haar hand zijn.
Taal was bij haar thuis heel dominant, haar ouders waren beiden germanisten en erg belezen.

Zij publiceerde reeds vaker in literaire tijdschriften, ze trad op in Vlaanderen en Nederland, profileerde zich als recensente. Wat mijn verwondering (bewondering) opwekt, is het feit dat zij ook in het Italiaans gedichten schrijft. Op erg jonge leeftijd viel zij dikwijls in de prijzen, vooral de Poëzieprijs van de Stad Harelbeke (zowel die voor jongeren als die voor volwassenen) en de Pieter Geert Buckinx-Poëzieprijs 2007 vielen bij kenners in het oog.

Hetzelfde gedicht steeds weer bevat veertig sfeergedichten. Lies Van Gasse is voor mij de revelatie van 2008: associatief sterke poëzie, met mooie wendingen en verrassende beelden! Ieder kind is een kunstenaar, het is alleen moeilijk en een te blijven wanneer je groot wordt. Lies Van Gasse is een uitzondering op de regel.

Ik hou van de titel, die ondubbelzinnig aangeeft, waar het om gaat: “Dit is mijn opdracht, dit is mijn missie.” Slaagt zij hierin? Schrijft zij iedere keer hetzelfde gedicht?
Hier is duidelijk een dichter aan het woord die perspectieven biedt voor een grote carrière. Haar debuutbundel is samenhangend en overstijgt - en dit is uitzonderlijk - het individuele gedicht. Met andere woorden: zij schrijft poëzie die uit gedichten bestaat. En een gedicht kan soms - heel zelden - een betere vorm krijgen. Haar gedichten geven blijk van een ongewoon dichterlijke stem.

Toch mag je uit wat ik hierboven schrijf, niet concluderen dat zij ontspannen schrijft, “uit de losse pols”, zonder studie of lectuur, zonder invloeden, moeiteloos, dit is niet zo. Schrijven heeft ook te maken met aandacht voor de wereld om je heen, met dingen oppikken en die op een eigenste wijze verwerken. En toch lijkt Lies Van Gasse veeleer een spontane dichter, veel minder bewust, meer met inhoud bezig: haar voeling met kunst lijkt wel Zuiders. Zij speurt de horizon af naar dichterlijke elementen, facetten van het leven die haar intrigeren, zij is minder geïnteresseerd in een verhaallijn, zij is soms on-Vlaams en explicieter Italiaans in haar poëzie.

De eerste heeft mij verleid, ik wil haar ontmoeten, mij laten inpalmen, in haar opgaan, omdat zij leeft zoals ik leven wou, Ze kon dwalen, en toen ik haar ontmoette, was het te laat. We zijn gehavend.
Ik geloof het niet, want de dichter is rusteloos, ze zoekt zich een weg over de breedte van een moeras... Ze moet woorden sparen voor de overtocht. Toch wil zij het huis bewonen, de huiselijkheid beleven, maar het lukt haar niet, want Er vlekt een boom in de gang./Haar takken buigen zich/over wat er staat. En als ze een man in huis wil, komt ze niet verder dan zijn handen.

De dichter vindt geen evenwicht, - of dit evenwicht is wankel, -Even voor de ochtend en alweer/ligt ze te praten met zichzelf. Ze wil opstaan en de trappen/voelen kraken van landerigheid.//In de kast een luide lepel rapen./Zien hoe zelfs de honing huilt.

Zij zoekt soelaas in de herinnering. I remember april: een heldere ochtend, een zachte wind, koffie dampend aan het raam, dauwdruppels op spinrag.De herinnering aan april is als een plots geschenk van helderheid. Zij herinnert zich zijn stem zacht, zijn aanraking licht, tevreden glijden voeten in het zand,/woelt een hand in het haar.
Op een zondag, midden winter is daar ineens, die mooie dag.//Een duif. Ze zat onder zijn huid.De dichter vindt de liefde als de streling/van het tapijt.’Ook wij zijn vast.’


Het was een zondag, midden winter
toen hij in de deuropening stond.
Hij was niet de allermooiste,
ook al had hij dan haar hart gestolen.

Hij was niet de allerliefste.
al had hij dan de mond getuit
en zacht voor haar gefloten.


De dichter houdt van de zee. Zij is de zee. In de duinen, plots in de verte/staat een ranke pianist. Zij denkt, geen denken aan, ik neem hem. Zij wonen in het blauwe huis waar zij schrijft en hij musiceert.


Zoals de zee het land kust, zo
zuigt hij zich tegen mijn huid

Was ik maar in toetsen opgedeeld,
had ik maar een toonladder als huid.


Dit zijn twee fascinerende beelden waarvan er vaker voorkomen in haar debuutbundel, geen effectpoëzie waaraan jongeren zich soms verbranden, maar breekbare verzen die niet thuishoren op poetryslams.

Het valt mij ook op dat Lies Van Gasse in haar gedichten taal en leven op hetzelfde niveau plaatst. Zij schrijft subtiele poëzie, de wijze waarop zij dagdagelijkse ingrediënten mixt in een verdicht woordenspel, dat spreektaal omtovert in een nieuwe taal en een bedrieglijke eenvoud. Zij moet schijnbaar geen moeite doen om een gedicht precies op papier te krijgen, maar deze indruk is vals: Van Gasse werkt aan taal waardoor het gedicht exclusief wordt, ook al herken je de gevoelens, zoals verlangen, intimiteit, angst, verlies en hoop.

Ook in Over iets wat ze vergeet drukt de dichter onzekerheid uit: Hoezeer kan men vertrouwen/op dit gras?//We weten dat de dageraad/bedrieglijk is.Zij is al eens ontgoocheld, maar Het zou altijd wel wat beter zijn/de tweede keer.

Haar poëzie is sterk relationeel naar de inhoud en indrukwekkend talig naar de vorm. Vooral haar meervoudige persoonlijkheid (zij is de droefste, zij is de gedachte die haar wakker houdt, vooral is zij die Ergens in een hoek zit, mij veruit de liefste) maakt het sociaal verkeer niet gemakkelijk. Ze wil een man in huis, maar Verder/dan zijn handen kwam ze niet, hij is Een duif./Ze zat onder zijn huid.Zij kent de liefde: Dan kruipen we in holtes langs elkaar. Zij leest met hem haar woorden, hij leest met haar zijn bladmuziek.

Lies Van Gasse is ongetwijfeld une femme poète pure: haar poëzie is ritmisch, beeldenrijk, taalvast. In haar gedichten raak je makkelijk binnen, maar je raakt er moeilijk uit. Neen, zij is geen voorbijganger. Waarom? Omdat zij haar vak beheerst, omdat zij nadenkt, vijlt, omdat zij wikt en weegt.
Met een schat aan originaliteit dicht zij het afscheid in suggestieve beelden (zij is beeldend kunstenaar, zij kijkt eerst, zij leest laatst):


En voor hij weggaat, neemt hij
haar nog bij de hand, de lippen
op haar ingepakte lichaam.

En als hij weggaat kleuren ramen,
suist gemompel donkerzwart.

En als hij weg is, grijnst de muur,
fluiten deuren zacht.
Vingers kruipen in de huid
en een oude kop koffie jammert.


Opvallend in de bundel zijn eenvoudige banale ingrediënten die je dag kleuren, zoals: verdrinken tussen kopjes koffie, kuste tegels en vast tapijt, een luide lepel, koffie, dampend aan het raam, een bloempot, zijn kousen onder het bed, rammelende ribbenkast.
Bij deze woorden verwacht je nieuw-realistische gedichten, maar integendeel: de poëzie van Lies Van Gasse baadt in een intimistische sfeer waar plaats is voor lyriek, (vleselijke) liefde, verlangen en ontgoocheling. Zij weet alle woorden die zij filtert, een dichterlijke stem te geven.

Lies Van Gasse is voor mij de beste verrassing van 2008. Ik noem haar geen belofte, maar een gerijpte jonge dichter die de “gevestigden” naar de kroon steekt!

© Thierry Deleu

Lies Van Gasse, Hetzelfde gedicht steeds weer, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2008, ISBN 978 90 284 2273 5

Bewaren