Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Manja Croiset

poezietoeschouwer of deelnemer
filosoof of zonderling

gedichten

de wanhoop van een levensgenieter

Manja Croiset

 


Voor het eerst dat ik mij waag aan een recensie van een poëziebundel.
Ik heb deze bundel gelezen als lezer, dat wil zeggen dat ik geen poëziekenner ben in de zin van kennis hebben van  ritme, rijm, jambe, trochee enz. Wel heb ik inmiddels zo'n tweehonderd  bundels gelezen en durf daardoor ook te zeggen dat ik geleerd heb poëzie te interpreteren en op haar waarde in te schatten.
Maar deze,  en verdere recensies,  zullen puur als indrukken van een lezer geschreven zijn.



Toeschouwer of deelnemer is een bloemlezing uit het werk van Manja Croiset.
Van haar heb ik ook het aangrijpende boek spelonken uit mijn ziel gelezen en dissonante symfonie.

De titel van de bundel zegt het al, wat is Manja Croiset? Een toeschouwer of deelnemer?
Op de eerste pagina staat de tekst:

een bundel   
                vol vergeet-me-nietjes

Toch betekent dit niet dat Manja wil dat zij niet vergeten wordt maar wel dat momenten, herinneringen en gebeurtenissen niet verdwijnen.

De bundel begint met het gedicht Tijdsbeeld, een herinnering aan het bruisende Leidseplein van de jaren vijftig. 

zittend in de vensterbank
uitkijkend over het Leidseplein
was  de wereld groot genoeg

zegt toeschouwer Manja. Maar vóór de jaren vijftig was de wereld groot genoeg in huis, daar was veel wat fascineerde en waar je mee kon spelen...

het kindje wil een lichtvlekje
pakken
als ze zich voorover buigt
breekt ze de straal en weg
is het

Maar ook op latere leeftijd observeert Manja, de kleinste dingen raken haar en zetten haar aan het denken.
Zoals een dans, een landweggetje, genieten van de zon... en het contrast van het decadente gedrag van de nagenoeg naakte 'rijken'  in een luxe badplaats,  die hun eten voorgeschoteld krijgen door te keurig en overvloedig geklede bedienden.

Een van mijn favoriete gedichten is het gedicht over de jonge laborante, een moslimvrouw.
[...]
ik betrap me op de gedachte
zou zij besneden zijn
ik voel me een voyeur
juist haar bedekte hoofd
zet haar te kijk
anders was ze onopgemerkt
aan me voorbijgegaan
[...]

Maar ook de observaties over haar ouderlijk huis en de impact van de oorlog worden verwoord.
Als dochter van joodse ouders waarvan de familie in WOII vermoord is, leeft de oorlog ook nog  in Manja voort. Huiveringwekkend, indrukwekkend, afschuwelijk en prachtig is het gedicht over de Holocaust....

De wielen sissen Untermenschen Untermenschen Untermenschen [...]

straks gaat 'het vee' durchs Kamin [...]

de doosangst ingegeven door de overlevende moeder

Deze familie-achtergrond, die angst ingegeven door de overlevende moeder, maakt Manja's  leven niet makkelijk maar zorgt ook voor nadenken, zich dingen afvragen, wat is geluk, waarom die angst, waarom slaapt de een en ligt de ander daarnaast, klaarwakker. Waar is rust te vinden, heeft steeds maar praten zin? 

zullen we maar niet meer praten
alles alles gewoon maar laten

Wat is Manja? Een wanhopige levensgenieter? Een deelnemer of toeschouwer? Een filosoof of zonderling?

Uit de bundel komt naar voren dat zij, zoals zoveel mensen, zoekend is naar antwoorden. Met vallen en opstaan, struikelend en tastend baant zij zich in een weg door de vele vragen en gevoelens, soms met wanhoop, soms met berusting, soms met somberheid, soms met blijheid. Zo zonderling is dat niet.

De bundel is zeer divers en geeft een uitstekende indruk van haar bijzondere, directe en aparte dichtkunst.
Zeker de moeite waard om aan te schaffen.

ISBN 9789089540805, paperback 61 pagina's, uitgeverij Elikser januari 2009

Dettie, april 2009

Reageren? Klik hier



 
Manja Croiset

Recensie over "Croisade van een Croiset"

geschreven door Roger Pelgrims
 



 
Croisade van een Croiset

Mijn eerste indrukken

Men kan zich de vraag stellen naar het wat (en waarom) van kruistocht(en). Deze hebben tenslotte toch niet zo’n goede naam meer heden ten dage. Zo ook bij deze “croisade” van Manja Croiset. De ondertitel, elke droom een nachtmerrie, biedt hierop een (gedeeltelijk ?) antwoord, namelijk het omgaan met haar gevoelens, haar pijnen (zowel fysisch als psychisch), die soms wel eens turbulent kunnen zijn :

vele delicate onderwerpen zo leren uitspreken en soms hanteren (blz. 4, vers 4-5)

je bent toch geen stuk drijfhout dat is nu precies wat ik wel ben (blz. 16, vers 2-3)

of :

een begaafd kind een mislukte volwassene (blz. 206)

Humor kan hierbij een hulpmiddel zijn, zij het dat deze soms wel ironisch tot zelfs sarcastisch kan klinken. Het is soms

galgenhumor (blz. 6),

en hierbij neemt zij alvast geen blad voor de mond met haar

gaskamerhumor (blz. 6).

Denken wij dan hierbij ook even terug aan eerder verschenen bundels, dan mogen wij ons verwachten aan een verdere uiteenzetting met haar verleden, meer bepaald met de Tweede Wereldoorlog, die zij niet zelf meemaakte, maar waarvan haar familie het slachtoffer werd. Hierbij mogen wij echter ook actuelere situaties niet uit het oog verliezen. Zo bevat bijvoorbeeld 31 januari 2008 EEN IMAGINAIRE DISCUSSIE (blz. 7) een verwijzing naar de hedendaagse assimilatie van immigranten, terwijl het gedicht over de laborante (blz. 63) een voyeuristische benadering is van een jonge moslimvrouw.

Samenvattend kan men stellen dat deze bundel tegelijkertijd aanklaagt (wat het hierboven aangehaalde pamfletachtige van sommige teksten kan verklaren), en genezend (het verwerken van het verleden) werkt.

Een woordje over de vormgeving

In ‘Croisade van een Croiset’ wisselen (heel) korte gedichten (waarvan ik mij afvraag in hoeverre sommigen als epigrammen (*) kunnen beschouwd worden) en lange prozagedichten elkaar af. Bij enkele teksten denkt men eerder aan een pamflet. De uitgever spreekt van “lyrisch proza”, of een “roman in dichtvorm”.

(*) je kan niet leven op
wilskracht alleen (blz. 52)

Rijmen, of klassieke versvoeten zijn zo goed als onbestaande, wat een verklaring kan bieden voor het grote aantal enjambementen (het ritmisch/inhoudelijk doorlopen van een vers in het volgende). Een paar voorbeelden :

vanuit mijn glazen gevangenis
kijk ik naar buiten
(blz. 44)

af en toe lijkt de wind te luwen om dan weer aan te
wakkeren meegaand met de klimaatsverandering
hebben … (blz. 16)

ze hield zich voor dat wat anderen
doormaakten in oorlogssituaties erger was (blz. 54, vers 5-6)

 

Een andere techniek, die ook al wel eens gebruikt wordt, is die van de omkering. Zo lezen wij bijvoorbeeld

ik loop te slapen
zodra ik horizontaal ga
ben ik wakker
(blz. 15)

 

Manja gebruikt slechts uitzonderlijk interpunctie (meestal in de vorm van aanhalingstekens), of hoofdletters (zelfs niet bij het aanduiden van religieuze entiteiten), wat het lezen soms bemoeilijkt. Zelf noemt zij haar teksten niet altijd gedichten, maar ook

Manja’s idioom
(blz. 4)

Ook titels zijn eerder zeldzaam.

Onder andere in het gedicht de dans (blz. 17) omschrijft zij perfect haar eigen schrijfstijl. De ene keer is deze lichtvoetig gracieus (vers 2), de andere keerlomp traag en uitgebuikt (vers 6-7). Het is dus zeker niet alles negatief, wat ook in haar taal tot uiting komt.

dus toch niet alleen maar vegeteren (blz. 9, vers 6)

Inhoud van de bundel

Deze (ondertussen vijfde) bundel van Manja Croiset beslaat zo’n driehonderd bladzijden vooral nieuwe gedichten. Het einde van het boek bevat nog enkele verwijzingen naar Uit de spelonken van mijn zielen Mijn leven achter onzichtbare tralies, een reeks nieuwe woordspelingen (Manjaforismen). Onderstaande commentaar beperkt zich tot de ‘Croisade’.

In deze bundel komen heel wat thema’s aan bod, dikwijls lopen deze ook in elkaar over in eenzelfde gedicht. Belangrijk zijn alvast de vraag naar het bestaan van (een) god, psychische problemen (o.a. de eigen psychische dwaaltocht (zoektocht), de schrijversloopbaan, verlies, sterven, eigen wil …). Ook Wereldoorlog II, en meer bepaald de Jodenvervolging, is nog steeds belangrijk, maar treedt minder direct op de voorgrond dan in vorige bundels. de architect van mijn bestaan zal ik
nooit worden
maar misschien krijg ik wel ooit
de regie in handen
(blz. 102)

nooit ben ik
de choreograaf
van mijn leven geweest
(blz. 246)

Manja wordt als het ware geleefd.

Een belangrijk gedicht, volgens mij, is zeker poppenkast (blz. 202-203. Is dit een impliciete verwijzing naar “De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel” van Joost van den Vondel ? IK kan alvast geen argumenten aanhalen, die dit tegenspreken. Maar ik ben natuurlijk niet de enige lezer.

ik beheers het “spel” niet
werkelijk de vele rollen
brengen mij in verwarring
(blz 202, vers 16-18 )

Bestaat (een) god ?
Bewust schrijft Manja deze naam overal met een kleine letter. De vraag naar het bestaan is ruimer dan de vraag naar het bestaan van een christelijke God.

god bestaat niet
in mijn optiek
zo ja dan heeft hij
me al heel lang
wél verlaten
(blz. 10, vers 9-13)

Engelen gaan dezelfde weg op in het gedicht stelling, blz. 219.

Lezen wij verder, dan wordt god gevraagd, genadig te zijn.

god wees eens voor één keer
genadig en haal me uit de hel
(blz. 33, vers 1-2)

Of het wordt:

een vergissing
van de mens
(blz. 238, vers 5-6)

Blijkbaar is deze bestaansvraag nog niet volledig opgelost.

Alhoewel niet direct gerelateerd aan bovenstaande, moet er natuurlijk wel een oorzaak zijn voor wat de mens als aftakeling (blz. 50) ervaart.

wordt vervolgd...

Roger Pelgrims

Zie ook de bespreking van PieterW

 

 Reageren? Klik hier!