Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Leni De Goeyse


Recensie over de bundel

Afscheid in liefde

Leni De Goeyse

geschreven door Thierry Deleu

 

 



Onderstaande tekst is de inleiding tot deze bundel.

Het is ongebruikelijk om een inleiding of een recensie te beginnen met een waardeoordeel dat op een evaluatie gelijkt, gewoonlijk komt het verdict op het einde van de bespreking, maar toch doe ik het: Leni De Goeyse is een dichteres pur sang, geloofwaardig en ongekunsteld.

De titel van haar debuutbundel Afscheid in liefde verplicht je tot een eerste reflectie: afscheid enerzijds, liefde anderzijds. Leni De Goeyse dateert haar gedichten, een nuttige aanwijzer om de lezer op het rechte pad te houden, zij vermijdt dat je  (ver)dwaalt: je leest van dag tot dag hoe zij zich voelt en hoe zij evolueert.

De dichteres begint de bundel met een pijnlijk besluit, het lijkt meer op een outen:

Eindeloos

Mijn bloed dat in de
verhitte strijd van de passie
eens zo wild stroomde is nu
versteend en kil

07/10/1994

Haar passie is niet alleen ademloos, maar het is ook vergetelheid. Dit eerste gedicht maakt je nieuwsgierig, het zegt zoveel over zoveel en toch doet het de lezer enkel gissen en missen. Spannend, dat wel, maar je wilt vooruit, de dichteres heeft je bij haar eerste woorden reeds ingepakt, je bent geprikkeld.

In de eerstvolgende gedichten geeft zij verheldering, niet alles ineens, maar met mondjesmaat. Zij leeft levend door het leven van een ander/niet mét een ander. De tijd vervaagt en zij vraagt alsjeblieft/zet je masker af.

De lezer vraagt zich af wie die ander is: haar lief, haar man of minnaar, wie? Opteert zij voor de passionele liefde? Is zij bang om verstikt te worden of om haar zelf te verliezen in een illusie?

In het gedicht Zonder titel (26/10/1994 vraagt de dichteres: Zie je wie ik ben? Nog niet helemaal, er ontbreken nog enkele puzzelstukjes.

Even denk ik een denkfout te hebben gemaakt wanneer ik lees: Onbekende aantrekkelijke man en in hetzelfde gedicht Aquarius zegt zij: ik kijk alleen maar/liefste/hoe jij zwemt. Is de minnaar ook het lief of is het lief ook haar liefste? Of zou die onbekende aantrekkelijke man gewoon de man van haar dromen zijn? De verbeelding aan de macht?

Haar strijd om (h)erkend te worden zindert na in de volgende gedichten: Zonder titel 2, Stilte, Schuld. Vooral in dit laatste gedicht verwoordt zij haar schuldgevoel. Waarvoor? Zij zoekt geen excuses.

Uit Rust (01/10/2001, zes jaar later) blijkt ineens dat zij harmonie heeft gevonden: Daar waar begin en einde/samenvloeien//Daar vind ik rust//Daar vind ik jou. Bij wie heeft zij die nieuwe adem gevonden? Een nieuwe dag? Op diezelfde dag schrijft zij vijf gedichten, waaruit ik afleid dat zij het verleden van zich afschrijft.

Het verleden sluit zachtjes
zijn deur

...

De toekomst opent zijn deuren

In: Nu

Bij de lezer heerst verwarring: wie is je? Wie is mij en mijn? Is het de dichteres die zoekt naar zichzelf of is het de minnaar die nu eindelijk op haar avances ingaat? Eenvoudiger: klikt het nu tussen de twee protagonisten? Redden zij hun relatie? Tijdens een Weekeinde met filosofisch gepraat is de bodem in zicht en in je koffers wolken gepakt/voor een nieuw begin. Toch blijft zij op zoek/naar eigen-zijn.

Een jaar later lees ik een ode aan haar lief (wie hij of zij ook is) in het prachtige gedicht Jij:

Jij bent het warme zand
waarop ik loop
waarop ik rust
waarop ik rustig word

Hier sla ik opnieuw mijn vleugels uit

Wanneer ik land houd je me vast
als een kind geborgen in je schoot

Slaap ik in je armen

Jij bent het warme zand
waarop ik leef

25/02/2002

Einde 2002 laat de dichteres haar geliefde Los:

Ik draai me om
en mijn handpalm

waait je nog wat geluk toe

Is dit de clou waarom het gaat: Afscheid in liefde? In het gedicht Draak van 02/02/2003 schrijft de dichteres over een vlammende verschijning, met het hart van een strijder, oneindig groot. Is hij de warme minnaar? Met wie zij Eén is:

Tedere liefde
actief in aanraking

Wordt één gevoel
samen
Versmelt twee tot
een geheel

Verstrengelde
handen
Overvloedig stralend

Volledig geworden

In het gedicht Gegroeid van 05/05/2004 daagt ineens (expliciet) de vaderfiguur op. Neemt zij nu ook afscheid van de vader? Was hij het die zij niet kon loslaten? Of kruipt de dichteres in de huid van de verteller? Is de vaderfiguur een algemeen beeld? De lezer wordt (tijdelijk) voor schut gezet, hij stelt zich wel honderd vragen, vooral over de spelers in het liefdesverhaal: ik, jij, een ander, een stem, een gezicht, een hand, geboorteliefde, warme minnaar. Wie zijn zij? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Zijn dit twee, drie, vier personen?

Op 31/07/2006 schrijft de dichteres in Sterven over het afscheid van haar lief:

 

Vannacht fluister ik nog éénmaal je naam
voorzichtig
in je oor

Vannacht voel ik nog éénmaal
wat je voor me betekent

Vannacht les ik nog éénmaal mijn dorst
door van je tranen te drinken

Vannacht dans ik nog éénmaal
op je lied

En als vannacht
de wereld vergaat
mijn lief
laat me in je armen sterven

Op dit thema varieert zij voort in Ik vraag me af, Gebroken vleugels en Van achter mijn helm. De dichteres danst met de dood, dansen met de dood is een middeleeuws gegeven: de mensen waren bang en dachten door met de dood te dansen hem te verschalken. De Kerk heeft die schrik versterkt door het beeld van de dood voor te stellen als een skelet.

Dat het bij de dichteres louter om een spel te doen is, om een dramatisch effect te creëren, kan ik moeilijk geloven, er is meer. Danst zij met haar muze? Is haar muze een mens van vlees en bloed of is het een verbeeld persoon? Een ingebeelde dame gehuld in blauw en goud voor wie zij leeft, voor wie zij sterft? Of is haar muze de Maagd van Orleans, la fille au grand coeur (04/01/2007)? Of is het de Zwarte dame van wie zij op 05/01/2007 afscheid neemt?

Na de daad vol gesponnen passie
een innige omhelzing
en met een laatste diepe zucht
neem ik afscheid

Uit goede bron weet ik dat Leni De Goeyse jonkvrouw is bij “The Order of the Razorblades”, de eerste significante online ridderorde in de Lage Landen, ludiek als creatief. Haar lidmaatschap geeft haar blijkbaar poëtische bevlogenheid, zoals blijkt uit de gedichten Ene ridderlijke dag, Troon, Van achter mijn helm, La fille au grand coeur, Na de epifanie, Jonkvrouwe. Vooral in dit laatste gedicht merk je hoe ze zich gekoesterd voelt, aanvaard, aanbeden in dit Rijk van de Verbeelding.

Jonkvrouwe

Ik sla mijn sluier om
nog net de ogen vrij
zodat ik ongemerkt tussen
het voetvolk lopen kan

Door de menigte baan ik mij
gracieus
een weg richting poort
naar buiten
waar ik heradem

Onder mijn satijnen kleed
hou ik mijn zwaard
verstopt
tegen mijn warme lichaam gedrukt

Heel even
raakt het mijn gave bleke huid
een druppel bloed
loopt langzaam langs mijn been
een spoor van waar ik ben geweest

Ook in deze “riddergedichten” vallen dezelfde thema’s op: onrust, liefde, onbevredigd verlangen, passie, hoop, droom, afscheid, dood.

Het eerste gedicht, Dageraad, van 2007, toont een dichteres in evenwicht. Zij gebruikt zelfs het woord volmaakt om haar geluk in harmonie weer te geven. In de volgende gedichten, Na een avond en Muzikaal begin, vindt zij de passie en wordt haar roes bevredigd. Dit duurt echter maar even, de melancholie steekt even vlug weer de kop op. Vraag blijft of de dichteres zich hier laat meeslepen door eigen gevoelens of die alleen maar verbeeldt?

Toch hoopt zij op 22/03/2007 op een Nieuw begin. Een nieuw begin gaat (bijna) altijd gepaard met afscheid, met verdronken verdriet, met kiezen, zij legt haar trots/in een bokaal vol emotie/en wieg hem zachtjes.

Ontroerend mooi verwoordt zij het Afscheid (03/04/2007 in een plasticiteit die nergens ontspoort in esoterie:

Hand in hand
hebben we gedroomd
liepen we hier
samen
op een uitgevonden strand

Gevlogen
met een badlaken
als vleugels
en nadien zacht geland

het zoute water
spoelde onze voetsporen weg
en liet enkel
gebroken schelpjes achter

ik voel nog steeds
waar jij met mij gelopen hebt


De vraag blijft of zij van iemand afscheid neemt. Afscheid in liefde of afscheid van de liefde? Of afscheid van het leven?

In Engel in de hel laat de dichteres het antwoord open: ik kom gauw terug/was het laatste dat ik zei.

Deze aangrijpende bundel eindigt In liefde. Liefde is voor haar niet alleen passie, maar zoete herinneringen, bevrijding. Als lezer ben je blij als ze haar laatste gedicht eindigt met: Zonlicht kruipt voorzichtig naar binnen.

Thierry Deleu

Leni De Goeyse, Afscheid in liefde, Razor’s Edge Editions, 2009

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER