Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Sjoerd Kuyper

 

 

Recensie over de bundel

September

Sjoerd Kuyper

geschreven door Librije

 


 

In september gaan de vaders dood
en erven de zonen hun sterfelijkheid.


Twee regels, als opdracht in een bundel ter herinnering aan vader Kees Kuyper. Twee regels, die me niet meer loslieten, door mijn hoofd bleven zingen en me nieuwsgierig maakten naar de gedichten in de bundel waar ze uit kwamen: September. Het bleek een verrassende bundel, waar ik nog vaak naar terug zal grijpen.

September verwijst naar de periode van het leven waarin de dichter zich bevindt: er is nog volop zon, maar de eerste bladeren beginnen al te dorren en hier en daar ploft een kastanje neer. Ouders sterven en kleinkinderen worden geboren. Je geboortedag ligt steeds verder weg en je sterfdag sluipt stiekem nader.

Sjoerd Kuyper (1952) is bij het grote publiek vooral bekend als de schrijver van een hele reeks klassiek geworden kinderboeken. Maar ooit debuteerde hij als dichter en hij heeft enkele lovend ontvangen bundels op zijn naam staan zoals Nachtkind (1992), Zeepziederij De Adelaar (1994) en Het lied dat mijn moeder zong (2003).

In deze negende bundel voor volwassenen staan veel nieuwe gedichten en enkele al eerder geschreven of voorgedragen gedichten en ook een paar liedteksten uit films en musicals. Een gevarieerd geheel, ook wat betreft de vorm: “Het onderwerp bepaalt mijn stijl, de eerste regel is dwingend, daar volgt de vorm dan vanzelf uit” zegt hij in een interview. Die vorm moet passen bij de inhoud. Er staan in deze bundel klassieke gedichten, vrije verzen, kinderlijk lijkende versjes en grappige gedichten met een nostalgische ondertoon. Maar het thema van deze bundel staat in de regels opgedragen aan zijn vader en dat komt overal terug: onze sterfelijkheid, het verdriet van een verlies, maar ook het leven dat door gaat en de liefde.

Bijzonder is de prozatekst midden in de bundel: het is de toespraak die hij hield bij de begrafenis van zijn vader. “Een piepklein standbeeldje” noemt hij het, voor een vader waar hij zielsveel van hield. De gedichten gemaakt door zijn vader die hij daarin citeert, laten zien van wie hij zijn talent geërfd heeft. Een tot de verbeelding sprekende foto van een jonge Kees Kuyper met peuter Sjoerd in zijn sterke armen zegt bijna nog meer over de band tussen vader en zoon dan woorden kunnen.

Uit datzelfde interview:

Een gedicht moet helder zijn en dicht bij mezelf staan. Maar dan wel op en manier dat het geen egodocument wordt. Het gaat over mezelf, maar dan zo verwoord dat het ook over de lezer gaat. De lezer moet het gevoel krijgen dat hij zichzelf herkent. En de kunst is om dan precies die woorden te kiezen die je tekst naar de lezer toebrengen. (….)

In deze bundel staan een aantal gedichten over mijn vader. Dat is heel persoonlijk, maar tegelijk ook heel universeel. (….).

Zo heb ik de gedichten uit deze bundel ook ervaren. De emoties waren bij het lezen nooit ver weg. Af en toe voelde ik een brok in mijn keel, soms brachten ze de glans of nostalgie van de herinnering. Dan weer een glimlach om een relativering vol humor, vertedering en hoop of kon ik wegdromen bij een filosofische ondertoon. Door vrijwel elk gedicht werd ik getroffen. Helder verwoord, authentiek, weemoedig soms, maar nergens sentimenteel.

Zonder citaat wil ik niet eindigen. Maar een keus maken is moeilijk. Deze gedichten komen het best tot hun recht als ze in z’n geheel gelezen kunnen worden. Bovendien wordt met de keuze voor een bepaald gedicht al snel de indruk gewekt dat de andere gedichten in dezelfde stijl geschreven zouden zijn, wat bij deze afwisselende bundel beslist niet het geval is. Ik zou zeggen: oordeel zelf!

 
In het riet

 
Ik zit aan de rivier, de zon
gutst licht uit water,
de torenklok slaat alle tijd.
Het is juni in het jaar,
september in mijn leven.
(….. )


Om na enkele mooie strofes te eindigen met:


De Grote Beer schuift langs,

ik zie de kleine ster. Jij wees
me die en droeg me in je armen.

Wij waren indianen.

De roerdomp roept.

Ik was mijn gezicht en ga

weer op pad, een vader staat op

in de zoon die hij had.


Of voor zijn kleinzoon:

 
Vier oude mannetjes,
overgrootvadertjes.
twee zijn er wit
en twee zijn er bruin,
ze drinken hun rum
en hun oude jenevertjes
iedere nacht in mijn tuin.

 
Ze zitten elke nacht gezellig bij elkaar, interesseren zich niet meer voor alles wat in hun leven zo belangrijk leek, maar willen van de dichter steeds weer over hun achterkleinzoon horen.

Het lijkt een simpel kinderversje en grotere kinderen zullen het ook wel begrijpen, maar in al zijn schijnbare eenvoud heeft het een “boodschap”, ook voor volwassenen.

 
Uit: September – Sjoerd Kuyper
Nieuw Amsterdam, 2009,
ISBN: 978-90-468-0536-7

 

© Librije, april 2010.

 

Website van Sjoerd Kuyper: www.sjoerdkuyper.com

Interview (tekst) Twentsche Courant: http://www.twenteuitdekunst.nl/node/95848

Interview (gesproken) VPRO De Avonden: http://www.vpro.nl/programma/deavonden/afleveringen/41657292/items/41973203/

 

Lees de reacties op het forum en-of reageer, klik HIER