Geplaatst: 17 feb 2006 11:57 pm
Ik probeer wat uitleg/bedenkingen/vragen bij dit gedicht te geven.
Ik mis de linkshandige, schitterend
spiegelbeeld naast mij aan tafel, ik mis
haar tot brakens toe, dagelijks
Volgens mij was haar dochter echt linkshandig --> als ze naast elkaar aan tafel zitten zijn ze dus elkaars spiegelbeeld (als de moeder rechtshandig is).
Ik denk dat dit allemaal concrete feiten zijn uit de dagdagelijkse werkelijkheid.
"ik mis haar tot brakens toe"... de dichteres is er zo ziek van dat ze echt moet braken. Haar lichaam is totaal overstuur door de vreselijke dood van haar dochter.
Het is
de kern van het gemis, het missen zelf,
zegt men. Dat zal ik, met gestrekte
hals, fijntjes ontkennen
Iets moeilijker. Ik denk dat ze weigert om te abstraheren, om te filosoferen. Ze heeft geen boodschap aan alle getheoretiseer eromheen.
"het missen zelf" "het is de kern van het gemis"
wat heeft men aan zo'n boodschap als men een kind verloren heeft? Wat ze nu mist is haar kind dat er niet meer is: haar lichamelijke aanwezigheid en al de rest is onzin.
de tijd
is een ruimte, je bent altijd bij haar,
zegt men. Ik kijk in de lege spiegel.
Geleerde onzin, schandalige troost.
Geen woorden kunnen troosten, geen theorieën. Men zegt dat ze altijd bij haar is.... wat heeft ze eraan? In de realiteit is het anders.
"Ik kijk in de spiegel"
Misschien letterlijk te nemen: Ik kijk in de spiegel en zie alleen mezelf?
Ik zie hoe verlaten ik ben?
In elk geval kan geen psychologische uitleg haar nu helpen, ook al is ze zelf psychotherapeute.
Ze reed weg met mijn goud, mijn geluk
in haar fietstas
Het eerste deel heb je zelf al verklaard, Janine
"in haar fietstas"
Haar dochter kwam volgens mij om het leven door een ongeval met de fiets (maar dit kun je toch nog even opzoeken op het net).
Volgens mij gaat heel dit gedicht over de concrete werkelijkheid van het verlies. Er staat hier werkelijkwat er staat. De dichteres mist de lichamelijke aanwezigheid van haar dochter, zelfs, en misschien in het bijzonder haar linkshandigheid. Wellicht werd daarover gepraat, of misschien was dát nu juist een detail waarvan ze hield of haar nu schrijnend voor ogen stond en dat ze weer tot leven wou roepen. Geen theorieën of filosofieën helpen daarbij. Een dichter kan dat alleen maar proberen te verwoorden, en dat is voor haar waarschijnlijk ook een deel van het verwerkingsproces.
Dit is maar hoe ik het zie, Janine. Ik hoop dat je hiermee verder kunt.
Groetjes. Tiba.