Een klassicistisch gedicht dat heel goed past bij deze tijd van het jaar.
Hoe vaak valt het niet op dat een dichter, al wat antiek of vrij recent, beïnvloed wordt door de seizoenen, ook in deze al zo lang verstedelijkte samenleving.
Mooi hoe de dichter begint met: 'Een blauwe schotel'.
Je ziet de schotel daar onmiddellijk staan, gegrift op het netvlies van je verbeelding.
Het maakt er ook een intimistisch tafereel van, het gaat over 'die' blauwe schotel, die 'daar' staat, in het prieel dat de dichter ziet of voor ogen heeft. Het laatstste maanlicht maakt het nog betoverender, impressionistisch.
Wat me opvalt in de woordkeuze:
prieel, winde, wilde wingerd', poëtisch/nostalgisch, zeker voor ons nu, wellicht ook al ten dele voor Jan van Nijlen.
Zo rustig is het daar, windstilte, iets wat de dichter ervaart / verwoordt als 'volmaakte vrede', die eeuwig lijkt, als kwam niets daarna.
Ja, daar zou de dichter willen blijven.
Maar weemoed, dat blijkt het overheersende gevoel van de dichter, wat zeg ik, dat is het gevoel dat alles overheerst, het verlangen naar dat moment van eeuwige vrede.
De dichter voelt zich één met het landschap, zowaar een echte romanticus!
Maar dan, in het laatste vers, worden rust en vrede geassocieerd met de dood.
Herfst, het zijn de laatste dagen van het jaar, wellicht heeft de dichter het ook over zijn eigen levenseinde.
mira