Het forum is gemigreerd

Let op: in juli 2026 hebben wij het forum gemigreerd naar nieuwe software.
Heeft u al een account? Klik dan eerst op "Wachtwoord vergeten" om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Daarna kunt u weer inloggen.

Jan van Nijlen (ja uitgegeven door v. Oorschot)

Lees meer
17 jaren 5 maanden geleden #4162 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Geplaatst: 06 apr 2008 11:30 pm



Dit vind ik geen gemakkelijk gedicht BWV 958.

Wat zoek je vooral, inhoudelijke uitleg of stilistische?

Als je wat gerichte vragen stelt kan ons dat helpen en kunnen we mee-zoeken.



Hierboven schreef Matt:

Van Nijlen wordt de "zuiverste vertegenwoordiger van het neoclassicisme" in de Vlaamse poëzie genoemd. Hij koos voor klassieke dichtvormen, werkte met vooropgestelde vormschema's (rijmpatronen, regelmatig metrum).

Tegelijk was hij de dichter van het verlangen, die in zijn poëzie vooral mbv natuurbeelden herinneringen aan vervlogen dagen of het onbereikbare oproept.


Blijkbaar hebben je opdrachtgever en Matt uit hetzelfde vaatje getapt :roll: .



Tiba (die geen kenner is van Van Nijlen)
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
17 jaren 5 maanden geleden #4163 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Geplaatst: 07 apr 2008 03:12 pm



Volgens de prof moet ik alles wat ik vertel aan het neoclassicisme linken.

Karel Van de Woestijne behoorde tot een meer avant garde strekking, Van Nijlen hield het bij neoclassicisme, maar toch werd Van Nijlen door Karel Van De Woestijne beïnvloed.





Dit is wat ik tot nu toe over het gedicht heb:



Het neoklassieke aan het gedicht valt bij een eerste blik al meteen op. Van Nijlen grijpt in dit gedicht terug naar een klassieke dichtvorm, namelijk het sonnet. Deze vorm is vooral bekend van de Renaissance dichters Shakespeare en Petrarca. In het gedicht gaat het om een sonnet dat afkomstig is uit de Petrarchistische traditie dat, in tegenstelling tot het Elizabethaanse sonnet, bestaande uit drie kwartijnen en een couplet, opgebouwd is uit twee kwatrijnen en twee terzines. Het rijmschema in de eerste twee kwatrijnen is dat van een omarmd rijm: abba baab, en in de terzines ziet het rijmschema er als volgt uit: ccd ede. Van Nijlen hanteerde voor dit gedicht het jambische ritme, waarvoor hij wel bekend staat. Meer specifiek gebruikt hij de jambische pentameter.

Na de eerste twee kwatrijnen komt er een volta. Waar eerst de dichter een atmosfeer van nostalgie creëert wordt er in de tweede regel van de eerste terzine een persoon aangesproken



Gij die het leven mint, wien de kleur

Des hemels nooit zoo zoet was als vandaag,



Dit blijft doorgaan in de derde strofe, hier worden er achtereenvolgens drie vragen gericht aan de persoon:



Waar zal uw vreugd te leven zich verschuilen,

Wat is uw antwoord op de bittere vraag:

Wilt ge uw bleek lot niet voor het zijne ruilen?



Van Nijlen vraagt de aangesprokene of die zijn lot voor dat van Van De Woestijne wil ruilen.



BWV 958
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
17 jaren 5 maanden geleden - 16 jaren 9 maanden geleden #4164 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Geplaatst: 08 apr 2008 08:36 am



Ik heb wat verder zitten zoeken over Karel Van De Woestijne. Zou het fout zijn te veronderstellen dat er tussen 'In memoriam Karel Van De Woestijne' en de laatste veertien regels (sonnet!) in Van De Woestijne's 'Wanneer ik sterven zal' parallellen bestaan?



Gij mensen, die misschien me in laetren tijd gedenkt,

als deze mond, en zónder morren, heeft gezwegen,

maar, woordloos op verzaden dood open-gezegen,

de ijlte betekent die uw vragende ijlte wenkt,



weet: als een straf heb 'k stroeve waarheid mee-gekregen;

geen krankheid, die mijn lijf niet kreunend heeft gekrenkt;

en 't spijt, dat dit mijn vers gelijk een hostie drenkt,

mag heilig op uw tong als 't leven-zelve wegen.



Ziet: dit gelaat is lood, en zorge is 't zuur dat vreet

door 't lood, en 't diepst van al de hete voren beet

om God, o mijn begeert, die borgde 't pijnlijkst beiden.



En toch: hij die dit zeide in dood-gedoemde tijden,

en, leed hij waarlijk àl te zeer wanneer hij leed,

- hij droeg 't gevoelen, nooit genoeg te mogen lijden...





zoals bijvoorbeeld:



De derde regel in respectievelijk Wanneer ik sterven zal en In memoriam, zegt iets over het stilzwijgen en de dood:



'maar, woordloos op verzaden dood open-gezegen,'

~

'Maar op het doodsbed werd hun hart sereen:'



Verder is er de gelijkenis in regels vijf en zes:



'weet: als een straf heb 'k stroeve waarheid mee-gekregen;

geen krankheid, die mijn lijf niet kreunend heeft gekrenkt;'

~

'Gepijnigd door het leven als niet één,

Het zwakke lijf vol ziekten en vol wonden,'



Beide dichters lijken het hier over de zwaarwegende waarheid te hebben. Van Nijlen gebruikt hiervoor eerder metaforen, dan de expressionistische van de Woestijne.



BWV 958
Laatst bewerkt 16 jaren 9 maanden geleden doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
17 jaren 5 maanden geleden #4165 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Geplaatst: 08 apr 2008 08:52 am



Beste BMV 958

Dit laatste gedicht is wel het toppunt van gekunsteldheid en volkomen uit de tijd. Jan van Nijlen staat wat dat betreft veel dichter bij het heden al is die ook al ouderwets. Onderwerp en inhoud zijn ongeveer gelijk, van alle tijden en beide gedichten mogen wat mij betreft bijgezet worden in het museum van oudheden. Bij hen vergeleken is Guido Gezelle een moderne dichter.



P.S. Trek je van mij niet te veel aan, ik ben maar een geïnteresseerd amateur.



Pieter

_________________

"Hoed u voor de literatuur. Gebruik de woorden die het eerst bij je opkomen" J.P. Sartre
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
17 jaren 5 maanden geleden #4166 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Geplaatst: 08 apr 2008 11:30 am



In Memoriam Karel Van de Woestijne



Veel dichters zochten in Parijs, in Londen,

Voor ’t moede hoofd vergeefs een harden steen,

Maar op het doodsbed werd hun harte sereen:

Hun lied werd eindelijk met hun droom verbonden.



Gepijnigd door het leven als niet één,

Het zwakke lijf vol ziekten en vol wonden,

Heeft ook weer hij de diepe rust gevonden

Op’t blanke doodsbed, maar ook daar alleen.



Bedwelmd door licht en vreedzame’ appelgeur,

Gij die het leven mint, en wien de kleur

Des hemels nooit zoo zoet was als vandaag,



Waar zal uw vreugd te leven zich verschuilen,

Wat is uw antwoord op de bittre vraag:

Wilt ge uw bleek lot niet voor het zijne ruilen?






1ste strofe: gaat over de dichters in 't algemeen

2de strofe: gaat over de dichter Karel VDW

3de/4de strofe: richt zich tot een bepaald persoon (de lezer?)



Vooral de tegenstellingen vallen me op:

pijn van het leven <--> rust van de dood (2de strofe)



gepijnigd door het leven (2de strofe) <--> vreugd te leven (4de strofe, aangesproken persoon) (waarbij me de betekenis ontgaat van "zich verschuilen", waarom moet/zou de vreugd zich verschuilen)



Algemene strekking:

- een zich niet thuis voelen in dit leven ("leed" in de 1ste strofe)

- een verlangen naar de dood waar er eindelijk vrede is

(leed met droom verbonden/ hart werd sereen/ diepe rust)



Van Nijlen is hier inderdaad de dichter van het verlangen. Ik las ergens van hem: "het allerbeste is hetgeen wij verloren"



Ik hoop dat je hiemee wat bent????? Moet nog het gedicht van K VDW bekijken, hoop er later op terug te komen.



Tiba.
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
17 jaren 5 maanden geleden - 17 jaren 5 maanden geleden #4167 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Geplaatst: 11 apr 2008 11:34 am



uit 'Bericht aan de reizigers'



Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,

wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant




iemand enig idee wat van Nijlen hiermee bedoelde?



Matt
Laatst bewerkt 17 jaren 5 maanden geleden doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Tijd voor maken pagina: 0.490 seconden