Geplaatst: 23 nov 2008 10:36 pm
Eens
snoof ik de geur van een roos
zó diep in mij op
dat ik achteroverviel en bedierf.
Mensen snelden toe om die geur te redden -
met tangen en pincetten, in wapperende hemden,
porden zij in mij,
vonden de geur van een rode roos
ach!
grepen hem.
borgen hem op
en gingen heen.
De lucht was leeg, de grond was kaal.
Een nieuwe dag brak doodsbleek aan.
De ik-persoon heeft iets heel speciaals ontdekt, een heel bijzondere sensatie. Die sensatie was zo ingrijpend dat hij achteroverviel en bedierf.
Waarvoor die geur van de roos staat, misschien moet iedere persoon dat voor zichzelf invullen. Het kan een gedicht zijn, zoals Jan zegt, maar ook iets heel anders.
De ik-persoon "bedierf" ervan. Zoals Mira snap ik dit niet goed. Wat ik er momenteel uit haal: deze geur was zo intens en overrompelend dat hijzelf (zijn lichaam) ging rotten: omdat het lichaam die geur niet aankon, was het aan bederf onderhevig, ja, ging eraan ten onder (??).
Mensen snellen toe om dat kostbare "bezit" te redden, ze halen die prachtige geur uit zijn lichaam, grijpen hem en bergen hem op, op een klinische en wetenschappelijke manier (met tangen en pincetten).
De "redding" is voor de ik-persoon geen echte redding. De heel speciale ontdekking/sensatie wordt opgeborgen. Niemand kan er nog van genieten. Alles blijft wezenloos achter:
De lucht was leeg, de grond was kaal.
Een nieuwe dag brak doodsbleek aan.
In eerste instantie dacht ik dat de ik-persoon zich ook zo voelde: leeg en kaal en dat hij die nieuwe dag zo zag aanbreken. Maar de ik-persoon wordt hier niet meer vernoemd. Ik leid daaruit af dat met "bedierf" wel degelijk bedoeld is "ten onder ging".
samengevat: een individu kan iets zo unieks ontdekken dat hij bezwijkt. De zogenaamde redders richten alleen maar meer onheil aan. De wetenschap verwijdert en bergt op wat een individuele ziel heel erg treft/heeft getroffen.
Dit was een poging tot begrijpen. Terwijl ik dit schrijf komen er gaandeweg nog meer ideeën in me op.
Tiba
P.S.
1. Tellegen is inderdaad arts, Mira, misschien moeten we het gedicht meer vanuit die hoek lezen (vandaar die ideeën die in me opkwamen)
2. Bij het lezen van dit gedicht moest ik van in het begin aan Paul Snoek denken. Kan niet goed uitleggen waarom: wellicht om het beeld van de rozen (o.a. "duel tussen de rozen") en dat andere gedicht waar hij "de mensen" zo op de korrel neemt, dat met die zeehonden en de omkering, mens-zeehond, de titel ontgaat me).
--