Geplaatst: 26 aug 2007 11:46 am
Mij sprak onderstaand gedicht aan, zeker in de maand augustus, als de heide bloeit:
De scheper (LXXXVII)
Een zee van golvend purper, in verbazen
En ademloos, verstijfd - als waar' zij dood -
Bij 't zien van 't eindloos-vlammend avond-rood....
Zóó schijnt de heide, waar wie honig lazen,
Met de' avond-last langs bloem en purper razen,
Om niet te keeren, voor de nacht ontvlood, -
En scheidend, houdt de delling in haar schoot
De blanke heerden, die al ruischend grazen:
De waaksche wolf, die zich geen wolf betoont,
Likt speelsch de staf-en-handen van den herder,
Die twintig kudden eenzaam heeft gehoed;
En met een blik, waarin de liefde woont,
Drijft hij de wit-gewolde wolkjes verder....
En ziet naar hen, de heide en de' avond-gloed.
Ik zie het tafereel zo voor me: de heide bij zonsondergang, de altijd bezige bijtjes, de schapen, de hond en de herder.
Wat denken jullie? Moeten we hier aan de scheper (de herder) ook een symbolische betekenis geven? Vooral de laatste drie regels lijken daarom te vragen. "Ziet naar hen" kan zowel "kijkt naar hen" als " zich bekommeren om, zorgen voor" betekenen, dacht ik (of is dat Vlaams?). Scheper en schepper scheelt ook maar 1 letter en ik moet bij de liefdevolle blik ook denken aan: na de schepping zag Hij dat het goed was.
Librije
_________________
"Een mens die het aandurft om een uur te verspillen heeft de waarde van het leven nog niet ontdekt."
Charles Darwin Engels medicus en bioloog (1809-1882)