Het forum is gemigreerd

Let op: in juli 2026 hebben wij het forum gemigreerd naar nieuwe software.
Heeft u al een account? Klik dan eerst op "Wachtwoord vergeten" om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Daarna kunt u weer inloggen.

* Rutger Kopland (ja uitgegeven bij Van Oorschot)

Lees meer
16 jaren 7 maanden geleden #10801 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht

ach god, dat soort heimwee, nog voor

het zover is, we stonden daar maar


Eenvoudige woorden. Haast iedereen had dit kunnen zeggen. Had!

Zo herkenbaar.



mira

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
16 jaren 7 maanden geleden #10804 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Ik denk dat ik me heb vergist in dit gedicht, Mira. Uit de inhoud ervan spreekt beslist een zeer menselijk, sympathiek gevoel. Misschien heb ik me geërgerd aan de dichterlijk gezien eenvoudige stijl, die toch ook wel een beetje clichématig is. Maar ik weet dat Kopland zeer lang over een gedicht doet en alle woorden en zinnen zorgvuldig kiest. Een toegewijd dichter maar zonder de spontaniteit van een Vroman of de originaliteit van een Komrij of Campert.

Pieter

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
16 jaren 7 maanden geleden #10854 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Er liep even wat verkeerd met quoten.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
16 jaren 7 maanden geleden #10870 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht

We stonden bij de zee, en inderdaad,

de kade gaf dat gevoel van een kade.



Nog één keer iets willen, dat gezicht

zien, die stem horen, iets zeggen,



ach god, dat soort heimwee, nog voor

het zover is, we stonden daar maar.



Waar zijn we, zei ze. Hier, zei ik,

dit is de zee,



en achter ons in het land wonen nog

de mensen en graast nog het vee.



Maar alleen haar voeten kenden deze

wereld nog, haar ogen dwaalden over



al dat water, alsof ze alleen daar

zocht naar haar herinneringen, alleen



daar, en ik, ik zocht in haar gezicht,

het keek mij aan, grijs en eindeloos



als de zee zelf.





Rutger Kopland

uit: Geduldig gereedschap,

Van Oorschot, Amsterdam, 1993


Daar staan ze dan, bij de zee. Op de kade.

Precies die plek, dat gevoel, dat unieke moment, wil de dichter weergeven.

En dan het verrassende:

Nog één keer iets willen,


Het grijpt naar de keel...er is geen tweede keer!

Wat wil de dichter zeggen?

heimwee naar wat nog is, maar toch reeds voorbij is (eigen cursivering).





De volgende strofe doet heel erg denken aan Herman de Coninck:

Waar zijn we, zei ze. Hier, zei ik,

dit is de zee,


HDC dichtte in 1969:

"...ik woon hier, zei je

ik keek naar de bloemen. ja, dat zie ik,

zei ik,.."

( Uit: De Lenige Liefde)

Twee prachtige dichters.



Even nog probeert de dichter het gezichtsveld/landschap te verruimen:

en achter ons in het land wonen nog

de mensen en graast nog het vee


Maar, er volgt een 'maar',

wat leidt tot het schitterende vers:



Maar alleen haar voeten kenden deze

wereld nog,


En daarna de volgende strofe met het prachtige enjambement:

alleen



daar,




En daar staat de dichter dan, de ik,

zoekend.... naar herkenning.



Grijs en eindeloos was de blik

onpeilbaar

zoals de zee.



Zelden zo 'mooi' verwoord gezien.



mira

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
16 jaren 7 maanden geleden #10871 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Een heel treffende/rake analyse waaraan ik niet veel kan toevoegen.



De voor mij mooiste regel had je er meteen al uitgehaald:

"maar alleen haar voeten kenden deze wereld nog".



De overeenkomst met de versregels van Herman de Coninck had ik niet opgemerkt, al zijn die regels me welbekend!



Zo mag je nog meer analyses doen :lol: .



Tiba.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
16 jaren 6 maanden geleden #10874 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Een gloedvol en met overtuiging geschreven commentaar van Mira waaraan ik niets toe of af kan doen.

Hieronder plaats ik het voorkeursgedicht van Kopland zelf van al zijn gedichten tot 1988.



Baai



Het blijft en het blijft maar, het gaat

niet voorbij: een geel strand met lege stoelen,

een groene en blauw-groene zee met scheepjes,

grijzige bergen rondom, en over dit alles

een dun, lila, oudgeworden licht



Het bewoog destijds, er bewoog iets eindeloos,

het was het ademen van de zee, het zachte schuren

van de scheepjes aan hun ankers, het langzaam

zwarter worden en verdwijnen van de baai:

er moest iets komen en het kwam, het kwam maar,

dit was geluk.



Blijft over iets roerloos, een moment waarin

het strand verlaten is, de zee stilgevallen,

de ankerkettingen zwijgen, het licht dat oude

lila houdt, en niets verdwijnt- waarin

de baai daar ligt zoals hij is, voorgoed



en een verlangen, dat dit moment voorbijgaat



Rutger Kopland



Pieter

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Tijd voor maken pagina: 0.532 seconden