Hier mijn indruk van het boek Dichtersgesprekken van Marjoleine de Vos:
Dichtersgesprekken
Het boek Dichtersgesprekken heb ik met veel plezier en interesse gelezen.We komen op snelle en bondige wijze achter de opvattingen van 40 zeer bekende (Hugo Claus, Eva Gerlach, Anna Enquist, Rutger Kopland) tot wat minder bekende dichters over een van hun eigen gedichten. De vragen van Marjoleine de Vos zijn intelligent en subtiel en als dichteres vallen haar woorden en technische zaken op die ik op het eerste gezicht niet zag en waarschijnlijk later ook niet zou hebben gezien. Het heeft geen zin om hieronder allerlei verrassende uitspraken van de dichters/essen te citeren, daarvoor staan er te veel in. Ik haalde het boek in de bibliotheek en was in vier jaar de tweede lezer wat ik erg jammer vind. Wat ook jammer is dat er weinig Vlaamse dichters zijn ondervraagd, behalve Claus nog Leonard Nolens, Erik Spinoy en een half-Vlaamse, Joke van Leeuwen.
(Vergeef me als ik er een paar over het hoofd heb gezien want ik kende niet alle dichters in dit boek maar de mij onbekende namen klinken erg Nederlands).
Een punt van kritiek is dat Marjoleine de Vos niet erg doorvraagt, ze legt ze niet bepaald het vuur aan de schenen. Dit is denk ik te wijten aan het feit dat haar door de NRC te weinig ruimte was toebedeeld want deze interviews stonden eerst in deze courant.
Bij sommige interviews blijft nog wel enige frustratie hangen omdat na des dichters uitleg het gedicht nog allerminst duidelijk is en sommige dichters uitspraken doen waarvan het tegendeel eerder waar is. Zo zegt Jan Willem Otten o.a. dat dichters op den duur allemaal katholiek worden. (Ik ken er maar twee, J.W. Otten zelf en Reve, maar dat was meer een pseudo-katholiek).
En Nolens dat er een hiërarchie is in de begrippen taal, gedicht en dichter, in deze volgorde. Volgens mij zijn er allerlei argumenten aan te voeren waarmee je elke volgorde aannemelijk kunt maken. Anton Korteweg haalt de beroemde uitspraak van De Anumuno aan: “Bewustzijn is een ziekte”. Gelukkig geldt dit lang niet voor iedereen
Maar mijn advies aan iedereen die in het moderne dichten is geïnteresseerd: lezen!
Pieter