Geplaatst: 06 okt 2007 12:28 pm
Dettie
die een discussie probeert op te starten.
Ja, hoor, dat heb ik gesnapt

.
Maar het is heel moeilijk bij een dichter als Snoek.
Bij zo'n dichter is het meer een onderdompelen dan een vattan.
Het is bijna onbegonnen werk aan ieder beeld een interpretatie te geven.
Volgens mij is dit gedicht een "Ars poetica" (zie de discussie bij Nic van Bruggen en de uitleg van Ariadne daarover)
De eerste regel is inderdaad wat krom zoals dettie zegt, ik maak ook telkens die bedenking, maar wel met het prachtige beeld 'te vondeling gelegd' en 'de sprankel van mijn waarheid'
Hij had ook kunnen schrijven:
Ik heb de sprankel van mijn waarheid
te vondeling gelegd
in het zomers praalbed van het water
of:
In het zomers praalbed van het water
heb ik de sprankel van mijn waarheid
te vondeling gelegd
maar doet dat niet
Waarom? Waarschijnlijk omdat hij vond dat de nadruk moest liggen op dat te vondeling gelegd en dat dus vooraan moest staan? Misschien ook voor het ritme?
In elk geval is het water een steeds weerkerend element in de gedichten van Snoek. Ik denk dat het bijna symbool staat voor het dichten zelf, ik denk daarbij ook aan vruchtwater, wat een levenschenkend element is.
Maar wat hij schrijft is slechts een "sprankel" van wat eigenlijk in hem zit.
Het wordt te vondeling gelegd, door de dichter die uitspreekt wat diep in hem zit, en misschien voor de lezer die dit moet ontdekken?
Paul Snoek is een vrij bombastisch dichter met een overvloed aan beelden, vandaar: praalbed en op het einde "een krachtige weelde", slaat op de kracht en de beeldenrijkdom.
Tegelijk ook eenzaam, vanuit eenzaamheid worden vaak gedichten geschreven, het is trouwens ook een eenzame bezigheid.
Wat hij schrijft is vaak met kracht, woede geschreven, komt vanuit een "drang". Vandaar "de toverende woede van mijn woorden": de dichter wil immers ook betoveren (enchanter, incantare).
Het resultaat is een melk- en bloedgevende borst:
duidt ook op die "weelde" waarom ook "bloed".. moet ik nog over nadenken.
Dit waren zo enkele overwegingen bij het gedicht.
Tiba.