Geplaatst: 01 mrt 2006 11:01 am
Ik vind het ook een moeilijk gedicht Janine
Archeologie
Als we ons dan toch moeten kleden,
tegen kou bijvoorbeeld, of in naam van iets,
in resten van dit of dat verleden,
verhalen en geheugensteuntjes die niets
vertellen dan dat we er al waren
in de tijd die bestond voor dit heden -
Ik denk dat de titel erg belangrijk is.
Ze zegt dat de resten die ze vindt eigenlijk alleen maar
zeggen dat de mens er al was voordat zij bestond,
er al was voor het heden, dit moment, nu..
als wij onszelf alleen in het nu kunnen bewaren
door onszelf voortduren uit te vinden in het nu
dan liefst eenvoudig, aan de hand van kleding.
Ze zegt in feite dat de archeologie zichzelf steeds uitvindt.
Dat steeds hetzelfde terugkomt, dat ze steeds opnieuw mensenresten ontdekken en daarmee steeds opnieuw uitvinden dat de mens er al was.
Ook als je nu bewaard wordt zal later iemand de resten vinden en
dan aan de hand van de kleding kunnen ze zien in welke tijd je leefde.
Ze vraagt in feite trek kleding aan die een archeoloog kan herkennen als typisch kleding uit begin 2000. Maak het de archeoloog makkelijk.
Je zit aan tafel. Opeens zie je hoe iemand
ijs overstak, hoe hem de kou beving
of een ander einde en je zegt: kijk,
hier heb je zijn schoenen, leren mantel, wanten.
'Waar is de tijd? Hier is de tijd.'
Misschien bedoelt ze hiermee (weet het niet zeker)
Dat ze bezig is met een archeologische vondst en ziet (aan de hand van de resten?) hoe iemand bevroor, ze kijkt naar het verleden, is in het verleden.
Of je maakt een ander eind, in het nu, en zegt, kijk hier heb je zijn spullen. Dan is ze in het heden al kijkend naar de spullen.
Hier heb de tijd.
Dettie
die hoopt dat deze uitleg goed is, ik kan er niets anders van maken.
Wil iemand nog meedenken?