Geplaatst: 07 okt 2004 05:52 pm
En....ken je ook de context?
Psalm 22:8-22
Allen die mij zien, bespotten mij, zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd:
Wentel het op de HERE; laat die hem verlossen, hem redden, Hij heeft immers welgevallen aan hem!
Gij toch hebt mij uit de moederschoot getogen, Gij deedt mij vertrouwend rusten aan de borst van mijn moeder;
Aan U werd ik overgegeven bij mijn geboorte, van de moederschoot af zijt Gij mijn God.
Wees dan niet verre van mij, want nabij is de nood, en er is geen helper.
Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij omsingeld;
Zij sperren hun muil tegen mij open; een verscheurende, brullende leeuw.
Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste;
Verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer.
Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren.
Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij.
Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad.
Maar Gij, HERE, wees niet verre; mijn sterkte, haast U mij ter hulpe.
Red van het zwaard mijn ziel, mijn eenzame, van het geweld van de hond.
Verlos mij uit de muil van de leeuw, en van de horens der woudossen. Gij hebt mij geantwoord!
Wat de Gezalfde zou ervaren tijdens zijn lijden aan het kruis is omstreeks 1000 v Chr door David beschreven:
Als water ben ik uitgestort en al mijn beenderen zijn ontwricht; mijn hart is geworden als was, het is gesmolten in mijn binnenste; verdroogd als een scherf is mijn kracht, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; in het stof des doods legt Gij mij neer. Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren. (Psalm 22:15-17).
Dit is overduidelijk wat iemand doormaakt als hij aan het kruis genageld hangt. Deze Psalm is vervuld toen Jezus gekruisigd werd.
De psalmen werden aanvaard als het woord van God en David had 'in de geest' gesproken, zoals de oude rabbijnse scholen erkenden. De psalmist geeft een gedetailleerde, nauwkeurige voorzegging van iemands kruisiging. Hij spreekt over het lijden van de Messias alsof hij met Hem aan het kruis hing, Zijn pijnen voelde en de mensen en gebeurtenissen rond Hem zag. Sprekend in de geest van de Messias zegt David: 'Als water ben ik uitgestort', doelende op de overvloedige transpiratie van iemand die in de brandende zon hangt. 'En al mijn beenderen zijn ontwricht': dit is een van de ondraaglijkste aspecten van de kruisiging: de gewrichtsbanden worden uitgerekt en de beenderen schieten uit hun gewrichten.
Hij vertelt van de ontzettende dorst: 'mijn tong kleeft aan mijn gehemelte'. Toen Jezus aan het kruis hing zei Hij: 'Mij dorst'.
'Want honden hebben mij omringd, een bende boosdoeners heeft mij omsingeld, die mijn handen en voeten doorboren. Al mijn beenderen kan ik tellen; zij kijken toe, zij zien met leedvermaak naar mij. Zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad' (Psalm 22:15-19).
Het woord 'hond' was een onder de joden gebruikelijk woord voor heiden; Jezus was bij zijn kruisiging inderdaad omringd door heidenen. Naakt werd Hij aan het kruis gehangen; deze passage spreekt van de schande der kruisiging. Aan de voet van het kruis dobbelden de soldaten om zijn gewaad.
Hoe volmaakt deze passage al is door haar profetische nauwkeurigheid, zij wint nog aan belangrijkheid wanneer we beseffen dat in de tijd dat David dit schrijft de kruisiging nog niet werd gebruikt als methode om te straffen. In die tijd werden de Joden door steniging ter dood gebracht. Pas omstreeks 200 v Chr. Toen de Romeinen deze wrede praktijken gingen toepassen, raakte het kruisigen op grote schaal in zwang. Dat is dus 800 jaar na deze profetie.
Hier staat de hele tekst
www.zoektocht.net/start/jezus3.html
Dit was wat ik kon vinden Tiba
Groet Dettie