Ha Pieter,
De dichteres is absoluut niet tevreden met haar huidige situatie, ze wordt opgejaagd en wil eigenlijk heel andere dingen doen.
schrijf je...
Je zet me wel aan het denken... Ik heb het gedicht nu al veel gelezen, enkele keren zelfs hardop. Ik heb ook het idee dat ze met een enorm probleem zat waar ze niet uitkwam. Ik ga nu even 'hardop' denken.
Dat probleem haal ik uit:
Mocht ik in het holst van het hart
van donkerste dagen te lijf gaan
Ze is zo van slag dat ze het niet goed meer kan zeggen, ze draait het om. Ik denk dat ze wil zeggen
Mocht ik in het holst van de nacht de donkerste dagen van het hart te lijf gaan ofwel mocht ik willen strijden tegen een donkere tijd, een depressie misschien, dan...
achter al het uiterwaardse een stuk of wat
verlaten kusten onder razende luchten
waar albatrossen op hun wieken sinds jaar
en dag en eeuwen worden weggeblazen-
stelt ze zich voor dat ze naar uitwaarden moet (overloopgebied voor haar tranen?) of naar verlaten kusten tijdens een storm (razende luchten)
graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
op reusachtige hoeven, zinnentuimel
van tempeest, het stormend paard dat louter
water is, uiteenvalt in geschuimbek-
Boven lege oceanen regen zijn (heel veel huilen?)
Zoveel regen dat het water razend, als een stormend paard, aanrolt en uiteenspat in een schuimende branding.
Maar toch... als ze kon kiezen...
zocht ik bij voorkeur echter diepten
die geen daglicht velen, omtrent
een steenworp van d’onoirbaar gloeiende
kern; daar zal betijen wat mij jaagt.
zocht ze niet de lucht of het water maar in de aarde. (de elementen?)
Ze zou haar probleem niet laten zien maar het diep
wegstoppen, bij de gloeiende kern waar haar gevoelens rond dat probleem tot rust zal komen.
Misschien is het een gedicht over iemand die getrouwd is en verliefd is geworden op iemand anders. (Het is een probleem in het holst van haar hart en onoirbaar)
Die heftige gevoelens kan ze beter diep wegstoppen tot ze overgaan.
Bijzonder is dat ze omtrent gebruikt, dat betekent al dichtbij en dan ook nog 'een steenworp' toevoegt. Een steenworp van het onoirbare. Ze laat de onoirbare gloeiende kern wel dichtbijkomen maar komt er niet aan. Ze koestert misschien de gedachte, haar verliefdheid maar geeft niet toe. Daar zal betijen wat haar jaagt. Ofwel in verloop van tijd zullen haar gevoelens betijen.
Zover mijn interpretatie die ik ook graag geef voor een betere.
Dettie