Ik zet het hier maar even bij voor het gemak. (maar als dat niet mag: even een seintje, dan haal ik het weg).
Bron: Ikon
21 augustus 2006
Gerrit Kouwenaar
Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
Zo begint het gedicht 'Ik heb nooit' van Gerrit Kouwenaar. Gerrit Kouwenaar is op 9 augustus 83 jaar geworden. Hij is een van de belangrijkste dichters van de generatie der Vijftigers. Vaak wordt zijn poëzie als moeilijk omschreven.
Op een vraag of hij de lezer wat verstaanssleutels in handen wil geven antwoordt hij :
"Sleutels? Ik weet 't niet. Ik heb jaren geleden al eens gezegd: de lezer krijgt het evenmin cadeau als de dichter. En dat is eigenlijk nog altijd de enige sleutel die ik geven kan. Ik heb vaak het gevoel dat mijn poëzie vooral moeilijk wordt gevonden, omdat hij niet beantwoordt aan bepaalde verwachtingspatronen, omdat men er op het eerste gezicht weinig in herkent, omdat men er zich niet onmiddellijk door over de bol geaaid voelt. (…) De taal die ik gebruik als ik in mijn poëzie iets bij de lezer probeer te doen klikken, is niet alleen mijn taal, maar ook die van de lezer, al staat deze mij niet voortdurend als scherprechter voor de geest. (…) Als mijn poëzie moeilijk wordt gevonden, denk ik wel eens: maar waar is dan die poëzie die jullie dan blijkbaar zo gemakkelijk vinden of althans niet zo moeilijk? Zou 't niet zo kunnen zijn dat veel poëzie voornamelijk geconsumeerd wordt vanwege een zogenaamde communicabel buitenkantje, terwijl dat waar het uiteindelijk om gaat eigenlijk nauwelijks wordt geproefd?"
Poëzie schrijven is vechten tegen de bierkaai, zegt Kouwenaar. Dat geldt volgens hem voor het hele leven. Dat vechten tegen de bierkaai beschrijft Gerrit Kouwenaar in het genoemde gedicht 'Ik heb nooit'.
Ik heb nooit
Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid
soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof
maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
het regent ik drink ik heb dorst.
Uit: Gerrit Kouwenaar: Gedichten 1948-1978. Amsterdam: Querido, 1982, p. 113.
Hetzelfde zien
Maar het zò zien
Zoals niemand het zag
(J.A. Deelder - Euforismen
Bezige Bij, 1991)