Het forum is gemigreerd

Let op: in juli 2026 hebben wij het forum gemigreerd naar nieuwe software.
Heeft u al een account? Klik dan eerst op "Wachtwoord vergeten" om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Daarna kunt u weer inloggen.

Geert van Istendael (ja)

  • Bezoeker
  • Bezoeker
16 jaren 3 maanden geleden #12529 door
Beantwoord door in topic Re: bericht

mira schreef : Pieter schreef:

Het lijkt inderdaad op een vloek die volgens mij betekent: jullie kunnen geen liefde meer voortbrengen, het harde leven heeft jullie gevoel tot steen verhard. Het kan een variatie zijn op de Bijbelse metafoor: hun zaad zal op onvruchtbare aarde vallen.


Ik weet niet of dit zo figuurlijk kan geïnterpreteerd worden als jij zegt, Pieter, nl. in de zin van: jullie kunnen geen liefde meer voortbrengen (al sluit ik dit niet uit).

De dichter zegt eerst:'De mensen vraten grond', d.w.z. ze hadden zo'n honger en niets, maar ook niets te eten, hun akkers waren leeg, letterlijk.

En dan volgt de 'wapenspreuk', 'je wapenspreuk' zegt de dichter, gericht tot het gedrocht Armoede:'Gij zult slechts stenen zaaien'.

De bijbelse metafoor waarop jij doelt komt uit de parabel van de zaaier (zo noemen wij dat hier).

En inderdaad, daaraan had ik nog niet gedacht!

Daar zaait de zaaier wel op stenen, niet de stenen zelf, maar het is heel goed mogelijk dat de dichter dat in gedachten had!

Tenzij...iemand een betere verklaring heeft.



mira


Ik denk dat Pieter gelijk heeft met de bijbelse metafoor en dat het hier idd. gaat over de parabel van de zaaier (al was ik die naam compleet vergeten), maar met een omkering: niet de grond is vol stenen, maar wat men doet is stenen zaaien (al even uitzichtsloos en nog meer zonder gevolg). Maar verder denk ik niet dat het gaat om "jullie kunnen geen liefde meer zaaien". Dit gedicht is een aanklacht tegen de armoede.

Volgens mij evoceert dit 'gij zult slechts stenen zaaien' de uitzichtloosheid van wat men ook probeert in een dergelijke situatie. Het komt maar niet goed.



Tiba.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

  • Bezoeker
  • Bezoeker
16 jaren 3 maanden geleden #12590 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
Wij hebben je verjaagd. Voorgoed. Zo dachten wij.

Maar nee, daar sta je weer. Je lacht en lonkt, omhangen

met glitter op krediet, je bek vol rijstebrij,

je billen al te vet, een waggelend banket,

je boert en hikt: "Ik! Ik!" Je vleit ons, wilt ons vangen

en wurgen. Jáág haar wég! Het is de hoogste tijd.




Even de laatste strofe gekopieerd.



Ik weet niet of alles me volledig duidelijk is:

Het begin: de dichter denkt dat de armoede is verjaagd.

En verder: maar die is er weer, om ons heen in onze Europese welvaartmaatschappij waar op krediet wordt gekocht en nieuwe armen ontstaan.

Maar dan:

je billen al te vet, een waggelend banket,

je boert en hikt:"Ik! Ik!" Je vleit ons, wilt ons vangen

en wurgen.


Stelt de dichter zich in de plaats van diegenen die "in de val zijn gelokt", of bedoelt hij dat wij ook in die valstrik kunnen lopen?



Tiba.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

  • Bezoeker
  • Bezoeker
16 jaren 3 maanden geleden #12688 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
Tiba schreef:

Stelt de dichter zich in de plaats van diegenen die "in de val zijn gelokt", of bedoelt hij dat wij ook in die valstrik kunnen lopen?


Ik weet niet of je vraag zo relevant is, Tiba.

Toch even proberen.



'Wij' van de 2° strofe, daar lijkt de dichter zich te vereenzelvigen met de huidige maatschappij, de welvaartmaatschappij, want 'wij' hebben de armoede verjaagd en 'wij' dachten dat ze weg was.

Maar 'wij' worden door haar verlokt, dat 'wij', dat lijkt me op iedereen te slaan (want iedereen kan tegenslag hebben, iedereen kan door omstandigheden in de miserie geraken) maar vooral toch op de zwakkeren in de samenleving.



mira

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

  • Bezoeker
  • Bezoeker
16 jaren 2 maanden geleden #12719 door
Beantwoord door in topic Re: bericht
Lijkt me een goede verklaring.



Tiba.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
15 jaren 9 maanden geleden #13003 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
De dichter



Mijn verzen zijn zo dun als dit papier,

mijn letters, sporen in de sneeuw die smelt.

Ik ben de dichter. Dichters? Ach,

dat zit te rijmen in fluwelen kamers,

ze zijn te koop voor drank en zilvergeld.



Ik ga het huis uit. Loop de bedelaars voorbij.

De lucht is rauw. Zij knielen voor de god

Barmhartigheid. Die god is dood. Ik buig

voor een godin in stervensnood. Zij heeft

een warme boezem, brede armen, zij kon

omhelzen, voeden. Haar naam is Solidariteit.



De vingers van de dichter schrijven raadsels

op rimpels, dove oren, stramme handen.

Ons wacht de donkere poort, ons allemaal.



Er waait een koude wind. Vertel, wat is er gaande?

Vertel vooral het sprookje

dat deze nieuwe eeuw vergeten wil,

een groot verhaal van Solidariteit.



Vertel mij van sociale zekerheid.





Geert van Istendael (1947)

uit: Sociale zekerheid (2010)



Er is een nieuwe bundel uit van Geert van Istendael waaruit dit gedicht komt. Ik moet het nog een paar keer lezen voor ik er verder wat over kan zeggen, wordt vervolgd.



Dettie
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
15 jaren 9 maanden geleden #13004 door Lezer100
Beantwoord door Lezer100 in topic Re: bericht

Dettie schreef :
Er is een nieuwe bundel uit van Geert van Istendael waaruit dit gedicht komt. Ik moet het nog een paar keer lezen voor ik er verder wat over kan zeggen, wordt vervolgd.

Dettie


In een woord samengevat, subliem. Maar even laten bezinken vooraleer ik dit in meer woorden uitdrukken kan. In ieder geval een bundel, die binnenkort in onze boekenkast zal staan.



Lezer100

Lezer100
Laatst bewerkt doorLezer100.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Tijd voor maken pagina: 0.564 seconden