Geplaatst: 09 okt 2005 04:40 pm
ach ja, ik zal een poging ondernemen:
strofe 1: taal overlapt zich zoals de zee dat doet: het heeft vele betekenissen, verschillende laagjes, die je als bij een ui er vanaf kan pellen, en telkens zit er weer een nieuw laagje onder. Als de ene betekenis gekend legt er zich een nieuwe voor.
strofe 2: regel 1: de meest ingewikkelde regel misschien: een horizon is natuurlijk horizontaal, ze kan nooit veranderen. Maar door de splitsing/ enjambement van het woord in: horizon (-taal krijg je natuurlijk een andere betekenis: ze duldt enkel haar taal. Die taal geldt zover als je kunt kijken, de taal is maw oneindig. Taal kent geen einde, net als de horizon. De zee daarentegen wil weer een andere kant uit, nl verticaal (= beeld van de golven). Ze gebruikt de taal dan ook op een andere manier. Weer een andere manier.
stofe 3: water wordt hier gebruikt in een personificatie, ze zwemt... om zichzelf te verslaan, keer op keer opnieuw. Als de golven omhoog slaan is het alsof zich een gebalde vuist uitsteekt, als bij een overwinning. Het water haast zich om er te geraken voor de tijd voor altijd stopt. En nú stopt het. De tijd der eeuwigheid is op, alles is gedaan, de golven slaan niet meer. Het is allemaal gedaan. Dit kan een betekenis zijn natuurlijk, ze is dat niet noodzakelijk. Het kan misschien in verband gebracht worden met het leven en de dood. Of met een echtscheiding, liefde dus.
Gedichten analyseren is niet moeilijk, de betekenis die de dichter erin legde vinden is daarentegen onmogelijk.
sorry, ik vergat het belangrijkste bij strofe 3: om verder te gaan in het beeld van taal, kan je zeggen. Dat bij het einde van het gedicht de taal ook stopt. Dat de laagjes van de ui dus op zijn.
Pétite