Geplaatst: 13 feb 2008 08:29 am
Hij kan niet spreken tegen
Hij kan niet spreken tegen
wie hij op een dag was,
hij stuurt hem vooruit,
met de anderen.
Hij vraagt hem
zijn schoenen en sokken uit te doen,
bekijkt zijn voetzolen,
zijn tenen; hij kan verder.
Hij kan hem niet dagen geven
alsof hij een geliefde
kan vinden en met haar
die dagen ergens kan wonen,
zonder ogen
of voeten, en zo bevrijd;
hij kan niet tegen hem spreken
op zijn dag.
Hoe kan iemand iets willen nalaten
aan wie hij was? Wie hij was moet beginnen iets te maken
wat dit mogelijk maakt. Als ik laat zien hoe blij het mij maakt
en hoe hij het mij kan geven, hoe kan hij het mij niet willen geven?
(Het tegenovergestelde van tijd is kunnen spreken met wie hij was?
Met iemand kunnen spreken en met iemand die hij was,
de een naast hem, de ander voor hem,
is tegenovergesteld aan angst die niet tegenovergesteld aan verlangen is?)
Alleen dat wat onveranderlijk is heen en weer sturen
van iemand naar iemand die hij was?
Onveranderlijk omdat het iemand en iemand die hij was op dezelfde manier
laat veranderen?
Hij wil oefenen met een geliefde
om met iemand om te gaan die hij was.
Wat wil je later worden?
Dat wil ik liever niet zeggen.
Je kan het mij rustig zeggen
of je kan het mij laten raden.
Nachoem Wijnberg
Uit: Vogels, Contact 2001
Opgenomen in: Uit10 Uitg. Contact 2007