Het forum is gemigreerd

Let op: in juli 2026 hebben wij het forum gemigreerd naar nieuwe software.
Heeft u al een account? Klik dan eerst op "Wachtwoord vergeten" om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Daarna kunt u weer inloggen.

Guido Gezelle 1830-1899 (ja)

Lees meer
16 jaren 7 maanden geleden #10732 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Bedankt voor deze tip, Tiba. Die video ga ik zeker en vast zien. Hg. Pieter

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
15 jaren 10 maanden geleden #12944 door Lezer100
Beantwoord door Lezer100 in topic Re: bericht
Wanneer ik in de tuin bij de vijver rust, moet ik hier soms aan denken.



HET SCHRIJVERKE (uit : Dichtoefeningen



O krinklende winklende waterding

met ‘t zwarte kabotseken aan,

wat zien ik toch geren uw kopke flink

al schrijven op ‘t waterke gaan!

Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,

al zie ‘k u noch arrem noch been;

gij wendt en gij weet uwen weg zo wel,

al zie ‘k u geen ooge, geen één.

Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?

Verklaar het en zeg het mij, toe!

Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn,

dat nimmer van schrijven zijt moe?

Gij loopt over ‘t spegelend water klaar,

en ‘t water niet meer en verroert

dan of het een gladdige windtje waar,

dat stille over ‘t waterke voert.

o Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, -

met twintigen zijt gij en meer,

en is er geen een die ‘t mij zeggen kan: -

Wat schrijft en wat schrijft gij zo zeer?

Gij schrijft, en ‘t en staat in het water niet,

gij schrijft, en ‘t is uit en ‘t is weg;

geen christen en weet er wat dat bediedt:

och, schrijverke, zeg het mij, zeg!

Zijn ‘t visselkes daar ge van schrijven moet?

Zijn ‘t kruidekes daar ge van schrijft?

Zijn ‘t keikes of bladtjes of blomkes zoet,

of ‘t water, waarop dat ge drijft?

Zijn ‘t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,

of is ‘et het blauwe gewelf,

dat onder en boven u blinkt, zoo diep,

of is het u, schrijverken zelf?

En 't krinklende winklende waterding,

met ‘t zwarte kapoteken aan,

het stelde en het rechtte zijne oorkes flink,

en ‘t bleef daar een stondeke staan:

"Wij schrijven," zoo sprak het, "al krinklen af

het gene onze Meester, weleer,

ons makend en leerend, te schrijven gaf,

één lesse, niet min nochte meer;

wij schrijven, en kunt gij die lesse toch

niet lezen, en zijt gij zo bot?

Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,

den heiligen Name van God!"



Een paar woorden verklaard



schrijverke: draaikever, een soort watertor

winklende: scherpe bochten beschrijvend

kabotseken: mutsje

spegelend: spiegelend

zo zeer: zo snel

kwietelen: kwelen

kapoteken: manteltje

[/b]

Lezer100
Laatst bewerkt doorLezer100.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
15 jaren 1 maand geleden #13124 door Noej1
Beantwoord door Noej1 in topic Re: bericht
Guido Gezelle



O! ’t ruisen van het ranke riet



O! ’t ruisen van het ranke riet!

o wist ik toch uw droevig lied!

wanneer de wind voorbij u voert

en buigend uwe halmen roert,

gij buigt, ootmoedig nijgend, neer,

staat op en buigt ootmoedig weer,

en zingt al buigen ’t droevig lied,

dat ik beminne, o ranke riet!



O! ’t ruisen van het ranke riet!

hoe dikwijls, dikwijls zat ik niet

nabij den stillen waterboord,

alleen en van geen mens gestoord,

en lonkte ’t rimplend water na,

en sloeg uw zwakke stafjes ga,

en luisterde op het lieve lied,

dat gij mij zongt, o ruisend riet!



O! ’t ruisen van het ranke riet!

hoe menig mens aanschouwt u niet

en hoort uw’ zingend’ harmonij,

doch luistert niet en gaat voorbij!

voorbij alwaar hem ’t herte jaagt,

voorbij waar klinkend goud hem plaagt;

maar uw geluid verstaat hij niet,

o mijn beminde ruisend riet!



Nochtans, o ruisend ranke riet,

uw stem is zo verachtelijk niet!

God schiep den stroom, God schiep uw stam,

God zeide: ‘Waait! . . .’ en ’t windje kwam,

en ’t windje woei, en wabberde om

uw stam, die op en neder klom!

God luisterde . . . en uw droevig lied

behaagde God, o ruisend riet!



O neen toch, ranke ruisend riet,

mijn ziel misacht uw tale niet;

mijn ziel, die van den zelven God

’t gevoel ontving, op zijn gebod,

’t gevoel dat uw geruis verstaat,

wanneer gij op en neder gaat:

o neen, o neen toch, ranke riet,

mijn ziel misacht uw tale niet!



O! ’t ruisen van het ranke riet!

weergalleme in mijn droevig lied,

en klagend kome ’t voor uw voet,

Gij, die ons beiden leven doet!

o Gij, die zelf de kranke taal

bemint van enen rieten staal,

verwerp toch ook mijn klachte niet:

ik! arme, kranke, klagend riet!



Uit: Dichtoefeningen (1858)
Laatst bewerkt doorNoej1.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Tijd voor maken pagina: 0.506 seconden