Tongebreek
Wij konden ons verstaan. Wij stemden met ons in.
Toen brak van één de tong. Hem sloeg de taal uiteen.
Het was een stille dag. Wij wisten het nog niet.
Wij zouden snel verspreid. Wij zouden ruw verstrooid.
Wij zouden weg van huis en haard. Onze vaders
achterlatend naar een verre streek. Zonder naam
en met een dikke strot. Mompel klonk voortdurend
om ons heen. Gelach. Geklaag. Gebed. Geteem.
De wereld was zo groot. Wij werden her en der
gemoord. Geduld. Gehoord. Zij konden ons verstaan
en deden dat met harde hand. Of zacht. Of niet.
Wij bouwden ons een huis. Maar wat geen spraak beschrijft
hangt als de - hangt voornaam - hangt - hangt nog
als een nevel - steekt als een angel in de keel.
Chrétien Breukers
Uit: Tongebreek & Niemendal,
Weideblik, 2008
Geen makkelijk gedicht. Het doet me denken aan de bouw van de toren van Babel.
(Het verhaal van de toren van Babel is ontleend aan de Bijbel. Het is te lezen in Genesis 11:1-9. Van gebakken tichelen (een soort bakstenen) en leem werd in het land Sinear een stad en een toren gebouwd. De bouwers hadden het ideaalbeeld voor ogen om de toren zo hoog te maken dat deze tot in de hemel zou moeten reiken. God veroordeelde deze ambitieuze ijdele plannen en verstoorde de bouw. Wat één volk met één taal was geweest veranderde door Gods toedoen in talrijke volkeren die zich over de wereld verspreidden en hun eigen talen gingen spreken. Vanaf die tijd leven de verschillende volkeren in een Babylonische spraakverwarring met elkaar.
Bron:
www.cultuurwijs.nl
)
Maar wat geen spraak beschrijft
hangt als de - hangt voornaam - hangt - hangt nog
als een nevel - steekt als een angel in de keel.
Het onbewuste verlangen naar vroeger? Toen iedereen elkaar nog verstond?
Dettie