Geplaatst: 11 nov 2006 05:14 pm
Een dichter die zijn vak verstaat, zo zegt Rutger Kopland, vestigt onze aandacht op zaken die er wel zijn, maar waar we doorgaans geen oog voor hebben. Hij opent als het ware een gordijn waarvan je niet wist dat het open kon en waardoor een uitzicht verschijnt op een wereld die je herkent zonder hem ooit te hebben gezien. Alsof je ineens ervaart hoe de wereld is. Goede poëzie brengt iets in herinnering waarvan wij ons tevoren niet bewust waren, iets dat diep in ons brein ligt opgeslagen. Daarmee 'herinnert zij ons aan het onbekende', met een gevoel van weemoed en ontroering als gevolg.
Zo andersom is alles, misschien
Iets onbekends tot leven wekken. Iets in herinnering brengen dat in het brein ligt opgeslagen en er niet is voordat het onder woorden wordt gebracht. Zo vat Kopland zijn taak als dichter op. Zijn uiteindelijke doel is daarmee onze 'breekbare relatie met de wereld te beschrijven'.
Niet van geluk noch van verdriet
Bij zijn onderzoek richt Kopland zich onder meer op de fundamentele kwestie van de plaats die wij mensen in de wereld innemen. Met vele collegadichters stelt hij dat we leven in een koud, onverschillig heelal. Lucebert zei al 'een broodkruimel te zijn op de rok van het universum'. A. Roland Holst omschreef de condition humaine met de regel 'wij zijn maar als de blaren in de wind, ritselend langs de zoom van de oude wouden' . Rutger Kopland spreekt van een fundamentele eenzaamheid. We worden omringd door nacht, stilte en leegte. Er is sprake van één groot komen en gaan, waardoor wij op deze wereld slechts passanten zijn. De dominante factor is verlies, de constante terugkeer van het afscheid, het verdwijnen van alles en iedereen. Wie echt doordrongen is van deze verpletterende werkelijkheid, raakt echter niet bevangen door verdriet, maar vindt in dat besef juist berusting.
Wereld je bent een geduldig woord
de een of andere god sprak je uit
en je liet hem uitspreken, wereld
wereld zeg ik en ik zie de nacht
wereld zeg ik en ik hoor de stilte
wereld zeg ik en ik voel de leegte
niet van geluk noch van verdriet
maar van eenzaamheid stromen onze
ogen en oren en handen vol wereld
zie hoe paarden voortjagen over
de horizon voor hun zwaaiende koets
en de mist hen zwart maakt en wit
hoor hoe de violen van Händel hun
kelen openen en zich uitzingen
uithuilen om dat komen en gaan
voel de windstille herfstlucht over
de huid van je wuivende handen
bij dit afscheid, deze terugkeer
wereld zeg ik waarom deze eenzaamheid
maar de vraag is het antwoord, ik
moet dit opgeven, dit opnieuw beginnen.
Bron:
www.woordenwisseling.com/kopland.htm
groetjes,
Karin