Geplaatst: 10 dec 2004 05:47 pm
hey...ben ik weer...
sorry dat ik niet snel heb kunne antwoorden, echt helemaal geen tijd gehad.
Maar ten eerste wil ik jullie bedanken voor al jullie reacties, en ten tweede ging het hartstikke goed op school
...op de een na laatste regel na... "haar lot ten hoon", daar ging het helemaal mis.
En nog snap ik de uitleg van mijn leraar niet helemaal. Want hij had een geheel andere verklaring, n.l. dat Achterberg niet voor niets God erbij haalt in de 3e strofe en dus speelt hij een heel belangrijke taak in dit gedicht.
Ik neem aan dat hij bedoelt, dat hoe "minderwaardig" je werk ook is, maar als je je werk gewoon doet, en leeft zoals je hoort te leven, dan kom je alsnog in de hemel terecht.
Maar nog steeds snap ik "haar lot ten hoon" niet, want het had niets met vernederen te maken... want toen ik dat zei, vroeg hij me om bewijzen, en mijn gevoel en/of is geen vorm van bewijs...
Ook hadden de "dominee, de bakker, en de frik" een zeer speciale betekenis, want een dominee (zo legde mijn leraar het mij uit) was ongehuwd, een bakker was 's nachts wakker (brood maken) en sliep overdag, en de frik (een opdringerig schoolmeestertje)..tja... daar moest ik zelf achter komen, maar ik begrijp het verband tussen die drie niet... behalve dat het mensen zijn waar zij voor heeft gewerkt...
Dus, ook al heb ik mijn werk af, ik wil me toch verdiepen in dit gedicht, en erachter komen wat de werkelijke betekenis is van de laatste strofe
[grts][morendo]