Geplaatst: 11 feb 2007 12:50 pm
Dit vond ik op internet
Gedicht 1:
Jonge sla
Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
Microanalyse:
Dit gedicht begint met een opsomming van dingen die hij kan verdragen, aan kan zien. Dat zijn; het verdorren van bonen, stervende bloemen, aardappelen die gerooid worden. Dit zijn allemaal processen die natuurlijk zijn. De bonen zijn helemaal volgroeid en verdorren nu weer, de bloemen hebben mooi in bloei gestaan, maar moeten nu ‘sterven’, de aardappelen hebben uit kunnen groeien tot ‘volwassen’ aardappelen die klaar zijn om gerooid te worden. Na een leven geleefd te hebben ‘sterven dingen af’. En daar schaamt de schrijver zich ook niet voor (‘daar ben ik werkelijk hard in’) en hij kan dit aanvaarden.
In de tweede strofe beschrijft hij wat hij niet kan verdragen; de jonge sla plantjes, die symboolstaan voor jonge (pasgeboren) kinderen die overlijden.
Onderwerp en bedoeling:
Het onderwerp is de dood en de vergankelijkheid. Maar ook het niet kunnen accepteren daarvan. Bij volwassenen, is het te accepteren, het hoort bij het leven. Bij kinderen is het te vroeg en daarom onaccepteerbaar.
Vorm-aspecten:
In het gedicht wordt gebruik gemaakt van enjambementen. Bijvoorbeeld in de laatste vier regels van de eerste strofe: hier wordt het zo afgebroken dat de woorden ‘droge ogen’ en ‘werkelijk hard’ nu aan het einde of aan het begin van een versregel komen te staan. Hierdoor vallen ze meer op.
Er zitten een aantal beeldspraken in:
Verdorren van bonen, stervende bloemen, het hoekje aardappelen dat gerooid wordt: deze staan voor de volwassenen die sterven. Maar onderling zitten er ook nog verschillen in;
verdorren van bonen: bonen verdorren pas helemaal aan het eind. Ze hebben alles al meegemaakt,
stervende bloemen, bloemen zijn mooi, worden eerder geassocieerd met schoonheid; dus sterven op het hoogtepunt, in de bloei van iemand leven, maar wel volwassen en volgroeid.
En aardappelen worden gerooid op het moment dat ze volwassen zijn, en hebbend kans niet om af te sterven.
Verschillende stadia waarop je kunt overlijden worden hier dus behandeld.
Jonge blaadjes sla: kleine kinderen, die nog uit moeten groeien tot volwassenen.
September, de herfst, als ze nog maar pas geboren zijn, zijn ze extra kwetsbaar. September toont de kwetsbaarheid van de pasgeborene.
Mening:
Dit gedicht geeft goed weer wat voor ironie in sommige gedichten van Kopland zit, door de het naar het absurde te trekken (wie huilt er nou bij blaadjes sla..) en tegelijkertijd laat het gedicht zien dat Kopland erg bezig is met die vergankelijkheid.
Zelf vind ik het niet echt een mooi gedicht, misschien omdat ik het te vaak heb gehoord, en de momenten dat ik het gehoord heb, niet altijd even passend vond. Ik vind dit namelijk niet een gedicht dat op een al te serieuze bijeenkomst kan worden voorgedragen, in mijn ogen zijn daar mooiere, toepasselijkere gedichten voor te vinden. Hierom is mijn mening ook wat negatief. Als ‘zomaar’ gedicht, en ook de eerste keer dat ik het las vond ik het wel een leuk gedicht, doordat het zo belachelijk lijkt, maar toch een gevoel aansnijdt dat veel mensen hebben. Het sterven hoort bij het leven, maar zodra het om een kind gaat, zou het nog niet moeten komen
scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9487196/
Dettie