Geplaatst: 02 apr 2008 07:29 pm
Uit mijn leven
Nu ik uit mijn verdoving ben ontwaakt
is de wereld kleiner geworden.
Haar omtrekken schrijven geen
wijde kringen van mensen meer,
die allemaal gaan wanneer ze
zouden moeten blijven.
Ach nee, het is geen onwil. Niemand kan
immers de leegte vullen die niet bestond
toen jij er was.
Zo veel mooie woorden:
Schud ze uit en werp hun schillen
in het vuur.
Maal het merg en strooi het
op ons nieuwe bospad.
Vanavond zal ik zoeken
langs de vloed
naar de contouren van je ijle gestalte,
maar nu knoop ik de banden van mijn schort
en verpulver
de kruiden in de vijzel,
want over een uur
komen de gasten.
© Marianne Som,
niet gepubliceerd
Het gedicht gaat over een verlies van iemand, die vaag wordt aangeduid als 'jij', 'je ijle gestalte', en is ook terug te vinden in de 'mensen die gaan wanneer ze moeten blijven'. Het verlies creëert een leegte, want door dit heengaan (weggaan, overlijden) blijven ook de anderen weg. Bij dit verlies is de schrijfster (de 'ik'-figuur) als het ware verdoofd achtergebleven, een verdoving waaruit ze nu is ontwaakt. Maar toch, dat ontwaken, de beschrijving ervan, het zijn slechts woorden, die je kunt weg gooien. Maar toch zal het verlangen naar de verloren geliefde (?, dit wordt niet expliciet vermeld), ondanks de dagelijkse sleur, niet verdwijnen.
Graag jullie mening.
Rutger
_________________
Geduld, eenvoud en mededogen (Tao).
blog.seniorennet.be/mijn_boekenhoekje