Geplaatst: 03 sep 2006 11:06 pm
Een ijzersterke mist
Eerste najaarsnevel boven de sloot
tussen spoorbaan en snelweg
en heel dat doen alsof
wordt nu het zwijgen opgelegd.
Na lente en zomer volgt voor de dichter, blijkbaar eindelijk, de najaarsnevel.
Het doen alsof: van lente en zomer? is nu voorbij. Die periodes wekken te veel verwachtingen (zie laatste strofe) en gaan te snel (zie laatste strofe). Misschien zit er ook in :ze zijn niet blijvend en dus onecht?
Het lijkt blijvend door afwezigheid
van wind. Het is ijl en standvastig.
Waarom trekt dit versterven meer
dan bloesemtak of eerste sneeuw?
De najaarsnevels lijken blijvend doordat het windstil is. En van deze standvastigheid houdt de dichter.
De dichter vraagt zich af waarom dit versterven (eigenaardig woord = afsterven) van de natuur hem meer aantrekt dan het begin van de lente (bloesemtak) of de winter (eerste sneeuw)
Alle begin verheldert, roept beelden op
van eerdere aanvang die te snel verliep
om dicht te slibben, tijdstippen
met de gedegen zwaarte van een eeuw.
Hier volgt dan een verklaring van het voorgaande
"Alle begin verheldert".
Mja, moeilijk;
= maakt de dingen helder, té helder waarschijnlijk, doet er aan denken dat ook ervoor een nieuw begin was, maar dat ging te snel voorbij en is "dichtgeslibd". Wat de belofte van veel moois had, verandert onherroepelijk, wordt ahw modder.
Dichtgeslibd door de tijd die geen mededogen heeft en niets/niemand ontziet? De tijdstippen waarop het begin telkens dichtslibt wegen zo zwaar als een hele eeuw.
Maar deze nevel laat geen modder na,
wekt geen verwachting, lost slechts op
en laat toch in 't voorbijgaan weten
dat wij nog niet, nog lange niet
zijn uitgekeken.
De nevel van het najaar doet geen beloften. Deze periode slibt dan ook niet dicht.
De nevel lost slechts op, en wanneer dat gebeurt, gaat men nauwkeuriger kijken naar de natuur en beseft dat daar zoveel te zien is en dat men nooit uitgekeken raakt.
Zoiets haal ik momenteel eruit.
Best moeilijk...
Groetjes. Tiba.