Geplaatst: 25 apr 2006 01:54 pm
'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid
'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het een'ge dat ik kan:
'K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
Maar 'k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.
Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man.
En 'k voel me hulp'loos en vol zelfverwijt,
Als zij mijn lang verwende onpraktischheid
Verwent met wat ze toverde in de pan.
En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
Tot feeërie van wereld, kunst en weten:
Als zij me geeft mijn bordje havermout,
En 'k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,
Dan voel ik éénzelfde adoratie branden
Voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.
Johan Andreas dèr Mouw
In 1919 gebundeld in het tweede deel van Brahman.
Overgenomen uit Volledig dichtwerk
Amsterdam G.A. van Oorschot 1986
Het besef dat alles een is, is lang niet ieder gegeven. De meeste individuen hechten zich aan hun individualiteit. Ze willen zich onderscheiden van het andere of de ander. Ze verlangen naar bezit of erkenning door prestaties te leveren.
De ware wijsheid in het Brahmanisme bestaat uit het doden van de zucht naar individuele onderscheiding en op te gaan in Brahman, het Al. In Brahman zijn alle tegenstellingen opgeheven: stof en geest, individu en maatschappij, hoog en laag, mens en dier, jong en oud. Alles wat is, verdient respect vanwege de wezenlijke verbondenheid met Brahman. Brahman heeft nog een andere betekenis. Een brahman is in het kastenstelsel van de hindoes een priester, die lid is van de heiligste kaste. Maar ook die priester is in wezen niet hoger dan zijn dienstmeid. Er bestaan tussen al wat is dezelfde "correspondenties". Al het bestaande verdient onze eerbied. Wie leeft volgens dit idee, heeft de "tweeheid" tussen het ik en het Al, tussen Atman en Brahman, opgeheven. Hij is wijs.
Dèr Mouw noemde zich als dichter graag Adwaita. Dit is Sanskriet voor: Tweeheidsloze.
Bron:
leerlingen.hetassink.nl
Dettie