Geplaatst: 23 dec 2006 11:03 am Onderwerp:
Voordat we biografische gegevens gaan inlezen in een gedicht, gaan we alle feiten van het vers verzamelen.
Vraag 1: Heeft het vers ook een titel? Antwoord: jazeker: THUISKOMST
Vraag 2: In welke bundel is het vers verschenen? In KOSMOS 1940.
Kosmos is haar eerste bundel. Ze was toen 35 jaar.
Nu gaan we het vers lezen:
De ik droomt haar thuiskomst. Ze (ik ga even uit van de veronderstelling dat de ik een vrouw is) beschrijft in strofe 1 het kleine huis aan de rivier. Het bepaalde lidwoord 'het' veronderstelt een bekend huis. Anders had ze 'een' gebruikt. Zwaluw en roodborst geven het huis perspectief. Het huis staat aan een rivier, waar een schip zeilt met een scheepsbel.
In strofe 2 gaat de droom door: de ik nadert het huis, waarin de tuin een vrouw staat te spitten. Die kijkt op en beschut met haar hand haar ogen tegen het felle licht.
Strofe 3: de ik herkent in haar droom dat gebaar. Het is haar zelfs vertrouwd. Ze neemt de tijd om in een paar regels dat opzien van de vrouw nader toe te lichten.
Strofe 4: De ik en de vrouw uit de tuin herkennen elkaar. De vrouw loopt haar tegemoet, maar keert terug en opent de huisdeur. Dat openen van de deur betekent veel voor de ik. Ze verzucht: 'Wat tellen zóveel bitt're jaren?'
Wat zegt die droom de lezer: Er komt iemand thuis na veel bittere jaren. Ze is dankbaar dat ze welkom is. Dat blijkt uit die veelzeggende laatste regel.
Nu ga ik naar de biografie van Gerhardt en ik vraag me af: kan ik daar wat mee?
Jazeker: Ze heeft een buitengewoon moeizame relatie gehad met haar ouders, vooral met haar moeder. In 1955 verscheen haar bundel LEVEND MONOGRAM. Het eerste deel is gewijd aan haar moeder. Ze schrijft daar onder andere
'zij, die mij heeft gedragen;
zij, die mij naar het leven stond
in al mijn levens dagen.'
(Gerhardt, 2001, p. 212)
Dat liegt er niet om. Tijdens haar studie is ze zelfs door haar ouders verbannen. Ze was niet meer welkom.
Ik ga nu niet meer zeggen over die rampzalige relatie met haar moeder. Het is duidelijk dat het vers THUISKOMST past in dit verhaal. Ze droomt in 1940 van verzoening, van welkom. Ze hunkerde als jonge vrouw naar herstel van de gebroken verhouding. Uit het feit dat ze in 1955 in LEVEND MONOGRAM nog schrijft dat haar moeder haar wilde verdrinken kunnen we de voorzichtige gevolgtrekking maken, dat het in wezen nooit meer goed is gekomen tussen die twee.
Dit zijn zomaar wat opmerkingen over de inhoud van THUISKOMST.
Leermomenten:
1. Citeer altijd het vers compleet met titel en bundel + jaar van verschijnen. En vermeld bij de naam van de auteur altijd de jaartallen.
2. Probeer eerst het vers te interpreteren door zo letterlijk mogelijk te lezen. Doe net of je niets van de auteur weet.
3. Laat ruimte voor onbegrepen woorden en zinnen. Liever iets open laten, dan onzin neerschrijven. Misschien vallen na herhaalde lezing onbegrepen stukjes op hun plaats.
4. Ga dan pas na of de biografie van de dichter je verder kan helpen bij het begrijpen van het vers.
5. De ik in een vers kan de dichter zijn. Je kunt wel zeggen dat dit vaak het geval is. Poëzie is in tegenstelling tot proza vaak autobiografisch. Zelfs bij indirecte lyriek heeft de dichter het meestal over zichzelf. Pas echter op: er zijn nogal wat uitzonderingen.
Ik laat de vorm van het vers nu onbesproken.
Ik vind dat de vragenstelster zelf ook wel wat mag doen. Laat die eerst maar komen met een uitvoerige analyse van de vorm. Dan wil ik daar wel iets over zeggen. Als de vragenstelster nog weinig weet van poëzieanalyse kan zij terecht op m'n site
gert.slings.nu
onder handleiding.
Gert
_________________
gert.slings.nu