zo glijdt zij over ijs
als een veertje, als sneeuw die
lichtvoetig dwarrelt, sierlijk
draait ze de eerste letter van
haar naam, cirkelt dan die van
hem, schraapt daarna gene hart,
gene pijl, alleen die een na de
andere onleesbare letter in het
ijs, ze straalt. deze kou vindt
ze aangenaam, niet omdat wanten
verwarmen. omdat hij gehecht is
aan haar. en zij. nu ja. dat ze
weet, er zal geen scheve schaats.
David Troch
Uit: Laat(avond)taal
Poëziecentrum Gent 2008
Dit gedicht stond in Poëziekrant maart-april 2009. Daarin wordt uitgelegd dat het gedicht deel uit maakt van een cyclus (van 8 gedichten) getiteld "...zij zo". (Zie ook hierboven 'zo maakt zij eten klaar')
Elk gedicht begint met het woord zo.
De partner is een dichteres en de dichter legt telkens uit wat zij doet en hoe zij het doet.
Dit gedicht gaat over partnertrouw.
Persoonlijk houd ik niet van afgebroken regels in een gedicht. Bijv.
alleen die een na de
andere onleesbare letter in het
ijs, ze straalt.
Een enkele keer kan zo'n afbreking een extra accent op een woord of een betekenis van een woord leggen maar dat vind ik hier niet.
Toch is het gedicht zelf beeldend genoeg. Het begint liefdevol. Haar naam, zijn naam in het ijs. Mooi tafreel.
Maar... zij maakt geen hart met pijl om hun namen. Nee, ze gaat door met letters maken. Ze straalt.
Deze kou vindt ze aangenaam.
De winterse kou? Geniet ze van haar koelheid omdat ze geen hart maakt?
Ze weet dat hij gehecht is aan haar.
Ze weet dat er geen scheve schaats gereden zal worden...
Straalt ze daarom?
Dettie