Het forum is gemigreerd

Let op: in juli 2026 hebben wij het forum gemigreerd naar nieuwe software.
Heeft u al een account? Klik dan eerst op "Wachtwoord vergeten" om een nieuw wachtwoord aan te vragen. Daarna kunt u weer inloggen.

Wilhelm Godschalk van Focquenbroch (1640-1670) (ja)

Lees meer
15 jaren 10 maanden geleden #12979 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht
Een Hollandschen vuystslag, op een Brabantsche Koon: In 1665 viel de bisschop van Munster de Republiek Holland binnen. Ter gelegenheid hiervan verscheen het pamflet ‘Den Munsterschen trommel­slagh, op den Hollandschen toon,’ waarin wordt gesteld dat de Hollandse ketters nu eens flink aangepakt moeten en zullen worden. Hierop reageerde Focquenbroch met ‘Een Hollandsche vuyst­slagh, op een Brabandsche koon.’ Vergelijk:



Een Hollandschen vuystslag op een Brabantschen koon



Een Antwerpsche Mis-pop,

Een Swijn van den Bisschop

(Om Ravens te aesen,)

Derft hier komen raesen,

En gnurcken, en knorren,

En schelden, en morren,

En kijven, en kauten,

Met Rijmen vol fauten:

En maeckt sleghs wat veersen;

Voor Hollandtsche Neersen.

En leyt hier te singen

Van Geusen te dwingen,

Alsof meester Barendt,

Die Roovenden Arent,

Sijn grijpende pooten

In Steeden, en Slooten

Soo licht'lijck sou krijgen,

Als hy ons kan drijgen.

Neen Antwerpsche Trommel!

Al waer jy de Drommel,

En Barendt sijn Besje,

Soo sult ghy het Nesje

Van Hollandt niet stooren.

Schijt al uw Cibooren,

Daer Priesters, en Papen,

Meê speelen als Apen.

Men sal in uw Kelcken

De Swijnen noch melcken,

Wanneer ons uw landen,

Weer komen in handen.

Dan sal men u wijsen,

Wat Hemelsche spijsen

Dat Papen, en Fielen,

Soo Godloos vernielen;

Wijl sy die door 't backhuys

Sleghs senden na't kackhuys.

Als zijnd' een godtloosheyt,

Vol duyvelsche boosheyt,

Die sellefs een Heyen

Son moeten beschreyen,

En die dese blinden

Noch Christelick vinden.

Maer seght eens, ghy Uylen!

(Wiens jancken en huylen

Voor Beelden, en Poppen

Wiens suchten, en kloppen,

0p Wambais, en knoopen,

Wiens rennen, en loopen

Om Jacob sijn schelpen,

Al soo veel kan helpen,

Als of ghy de sticken

Eens vaet-doecks gingt licken)

Wat komt u doch over?

Dus langer hoe groover,

Op Hollandt te schelden?

Met vloecken, en rasen,

Ons hier te verbasen?

Ba neen doch; wy schijten

Eens in uw verwijten;

Want 't kan ons niet deeren,

Aen rock of aen kleeren.

Of ghy ons voor Ketters

Voor Beelden-verpletters

Voor Branders, voor Stoockers,

Voor Nickers , voor Roockers,

Voor Roovers , en Branders.

Komt schelden, of anders,

Ghy mooght sen die gecken

Der maersen eens lecken.

Gaet bruyt metje Trommel,

Vol Antwerps gerommel,

Indien ghy wilt kijven,

By Lepel-straets-wijven,

Waer dat ghy by Bayken,

By Jenne, of Mayken,

(Daer ghy by verkeert hebt)

Dat deuntje geleert hebt.

Het schijnt dat uw Keel is,

Als die van Broer Kneelis;

Die nimmer de Staten

Met vreede kon laten,

En altijt met schande

De Princen aenrande,

Die was in die tyen

Wel fix op't kastyen,

Op nonnen, en Queesels,

Dat lappen, en veesels,

Haer 't Aersgat afhingen:

Maer wilt ghy die dingen,

Van Barendtjes weegen,

Op ons hier doen plegen,

Soo maeck j'een collatie

(Behouwens uw gratie)

Wiens droevige botheyt

Wel toon, dat ghy sot zijt.

Want Fijn Man! al willen

De Nonnen haer billen

Dat quisplen, en streelen

Der Papen wel veelen,

Soo weet ghy wel beter,

Dat ons soo de veeter,

Door schelden, en drijgen,

Niet los is te krijgen:

Oock moocht ghy wel weeten,

Dat Hollandtsche scheeten

Uyt 't Aers-gat der Geusen,

Met Brabandtsche Neusen

Soo slecht accordeeren,

Dat ick wel derf sweeren,

Dat ghy haer uw klouwen,

Van 't gat wel sult houwen.

Des komt geen genade

Ons thans noch te stade;

Gelijck sy nae desen

Aen u wel sal wesen;

Wanneer men eer lange

U light sal sien hangen.

Wel houd dan goe teeck'ningh,

En schrijft vry die reeck'ningh

In't bladt van je balge,

En hanght 't aen de galge.

En laet in die boecken

De duyvel dan soecken

Wat quaets gh' in uw leven

Daer in hebt geschreven;

Soo sult gh' uw papieren,

Gedoemt sien ten viere,

En ghy aen den Koningh

Van Heyntje-mans wooningh

Langh roepen; Och armen!

Wild onser ontfarmen.



U Y T.



zie ook



focquenbroch.apud.net/vuystslag.htm



www.collegenet.nl/index_mainframe.php?ma..._id%3D2026%26site%3D



focquenbroch.apud.net/biofok.php



www.liederenbank.nl/liedpresentatie.php?zoek=9410&lan=en



Dettie
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
15 jaren 10 maanden geleden #12980 door Lezer100
Beantwoord door Lezer100 in topic Re: bericht
Gerrit Komrij nam ook een aantal van zijn gedichten op in "Duizend en enige gedichten 17e - 18e eeuw". Een dezer volgen er nog wel een paar. Ga ook eens nakijken of er nog ergens uitgaven van zijn werken te vinden zijn.



Lezer100

Lezer100
Laatst bewerkt doorLezer100.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Lees meer
15 jaren 10 maanden geleden #12981 door Dettie_3
Beantwoord door Dettie_3 in topic Re: bericht

Een Hollandschen vuystslag, op een Brabantsche Koon: In 1665 viel de bisschop van Munster de Republiek Holland binnen. Ter gelegenheid hiervan verscheen het pamflet ‘Den Munsterschen trommel­slagh, op den Hollandschen toon,’ waarin wordt gesteld dat de Hollandse ketters nu eens flink aangepakt moeten en zullen worden. Hierop reageerde Focquenbroch met ‘Een Hollandsche vuyst­slagh, op een Brabandsche koon.’


Is het pamflet wat jij plaatste ook van Focquenbroch Lezer100?



Ik begin te twijfelen door bovenstaande tekst.



Dettie
Laatst bewerkt doorDettie_3.

Graag Inloggen deelnemen aan het gesprek.

Tijd voor maken pagina: 0.395 seconden