Geplaatst: 26 feb 2006 02:38 pm
Voor de volgende schoolopdracht:
Kies uit de bundels jeugdpoëzie steeds het gedicht dat jij het mooist vindt. Beantwoord in ieder geval de volgende vragen per gedicht. Waarom spreekt dit gedicht jou het meeste aan? Is het gedicht typerend voor de hele bundel (vorm-inhoud)? Kopieer de gedichten.
...heb ik jaren geleden het onderstaande (nogal algemene) stuk geschreven over o.a. 'Twee paarden'.
Lente
Over: Daniël Billiet – 'Bananeschillen in jeans' en Remco Ekkers – 'Haringen in de sneeuw'
We gaan het over de lente hebben. Het is nu 16 juni, over vijf dagen dient zich de zomer aan. Op de valreep dus. De laatste vlinders hebben een rustplek gevonden tegen mijn buikwand. Het onstuimige lentegevoel maakt plaats voor de zomer in mijn bol. Hoog tijd om er twee gedichten bij te pakken, om deze maanden te herdenken.
Daniel Billiet schreef het gedicht ‘Lente’. Vier strofen over de aanvang van de lente. De winter wilde maar niet opschieten, tot op een morgen de lentegeur zijn neusvleugelen prikte. Knoppen schoten open, de eerste bloesem liet zich zien, de pruimenboom toonde zich, de appelboom en de perenboom groeien een wedstrijd. En in één week was alles groen, wit. De winter is overwonnen.
Uit Remco Ekkers’ bundel 'Haringen in de sneeuw' heb ik gekozen voor het gedicht ‘Twee paarden’. In plaats van Billiets gedicht over winter en lente, spreekt Ekkers over lente en zomer: ‘Het was lente en zomer tegelijk.’ Een kort liefdesgedicht, waar twee paarden model staan voor geliefden. Hij schildert een idyllisch plaatje van een stel in innige omhelzing dat naar de horizon kijkend hun omgeving vergeet.
Beide gedichten laten zien dat rijm niet nodig is om het als poëzie te herkennen. Gezien het jeugdpoëzie is, heeft dit een extra waarde. Het stelt je in staat om vrijer te zijn in vorm. Zodoende kan er meer gezegd worden, zonder geforceerd naar rijmwoorden te zoeken. De kunst is uiteindelijk dat het meer aanspreekt, het sluit beter aan bij de beleveniswereld van het kind. In beide gevallen is dit prima te verdedigen. Billiet gebruikt herkenbare beelden uit de flora, Ekkers gebruikt de fauna. Beide gedichten gebruiken dus de natuur als metafoor: bomen, bloemen, planten en dieren symboliseren het gevoel of de mensen.
Het gedicht van Billiet is minder typerend voor de gehele bundel dan dat van Ekkers. Billiet zijn bundel is vrij divers, de gedichten gaan over hedendaagse onderwerpen zoals roken, onderwijs, verliefdheid, sport, eten, etc. Ekkers speelt meer op het gevoel, zijn gedichten zijn beeldender en passen goed in het geheel van de bundel. Bij beide dichters bemerk je dat hun poëzie niet per se ten dienste van iets staat. De gedichten kunnen net zo goed over niets of iets doorgaans simpels gaan als dat ze maatschappelijk geëngageerd zijn. Het is overigens aardig op te merken dat wanneer je iemand spreekt die op de Pedagogische Academie heeft gezeten, hier achterkomt na het lezen van dit soort bundels. Vaak krijg je dan de reactie dat ze dachten dat jeugdliteratuur en met name poëzie altijd ergens over moet gaan, altijd nut moet hebben.
Ten slotte vind ik het twee mooie gedichten. Ze spreken mij aan door hun eenvoud, zonder dat het oppervlakkig wordt. Ze spelen met je gedachten en gevoelens. Ze duwen je naar een richting: naar de lente, waar de liefde is.
Het gedichten van Billiet:
Lente
De kers en de krokus wilden
niet, want de winter bleef
maar treuzelen.
Met rijm schreef de nacht
de weiden nog voluit winters.
Tot ik op een morgen geuren
rook van een jaar terug.
De knoppen openden zich,
de eerste bloesem leek wel
sneeuw, zo teer, zo freel.
Een dag later toonde zich
ook de pruimenboom;
de appelaar werd in de sprint
verslagen door de perelaar.
Een week later was de boom-
gaard één wolk bloesem.
En later sneeuwde het in de zon
bloesemblaadjes boven een
uitwaaierend wielerpeleton.
Uit: Daniël Billiet, Bananeschillen in jeans (Infodok, 1986)
Wouter