Vandaag begint het 72e Corus- schaaktoernooi
www.coruschess.com
Mooie gelegenheid om een paar schaakgedichten te plaatsen.
Ze komen uit de bundel Schaakgedichten. Diana Ozon heeft speciaal voor deze bundel het gedicht Tanneke geschreven.
Tanneke
We zitten tegenover elkaar
Kleine meisjes in rechte jurkjes
twee lappen coupeloze stof
met steile schouderbandjes
Brildragend zijn wij en jij
een glas mat afgeplakt
Je hebt een lui oog en we staren
naar het schaakbord tussen ons.
Met opgetrokken knieën doen we
het herdersmatje dat
je leerde van je broer die het had
van de fagotspelende buurman
Twee vrouwen beheersen het bord
Te jong om pionnen te zien als mannen
maar de koning is een sukkel
aan voeten gebonden
de lopers onze bodes en wij
vorstinnen triomferend op elk vlak
hartsvriendinnen en in het spel
ieder voor zich en keihard
Diana Ozon
Uit: Schaakgedichten
Uitgeverij Passage 2006
Dettie
Het doel van het schaakspel is, om de koning van de tegenstander schaakmat (of kortweg: mat) te zetten.
Het herdersmat is in een schaakpartij de benaming voor een schaakmat vroeg in de partij met een loper op het veld c4 en een dame op het veld f7. Deze (schaak)mat kan al na vier zetten optreden.
herdersmat wordt vaak door beginnelingen gespeeld
--
De pion verschilt in allerlei opzichten van de andere stukken in het schaakspel.
Om te beginnen mag een pion alleen maar vooruit, en nooit achteruit.
Een tweede verschil met de andere stukken is, dat een pion recht vooruit "loopt", maar schuin naar voren slaat. (De andere stukken slaan net zoals ze lopen.)
Er is nog een groot verschil tussen pionnen en andere stukken: als een pion de overkant van het bord bereikt, promoveert hij. Dat betekent dat de pion wordt omgeruild voor een ander stuk naar keuze (het mag alleen geen koning zijn).
Een speler die met zijn pion de overkant van het bord bereikt, zal die vrijwel altijd laten promoveren tot dame, maar een heel enkele keer wordt ook wel gekozen voor een ander schaakstuk zoals de toren.
Normalerwijze is de pion het minst machtige stuk in het schaakspel.
---
De koning is het belangrijkste stuk in het schaakspel: als je koning door je tegenstander wordt aangevallen (we zeggen dan: je staat schaak) en je kan niets meer doen om je te verdedigen, dan heb je de partij verloren (je staat in dat geval "schaakmat" of kortweg: mat).
De koning mag horizontaal (naar links of naar rechts), verticaal (voor- of achteruit) of diagonaal (schuin) bewegen, maar slechts
een vakje tegelijk.
Vandaar dat in het gedicht staat aan voeten gebonden, omdat de koning maar één vakje mag verplaatsen
---
Het schaapstuk de loper beweegt diagonaal (schuin) over het schaakbord.
De loper op het hoekveld a1 "bestrijkt" zeven andere velden.
Een loper die centraler staat (d.w.z., meer in het midden van het bord), bestrijkt meer velden.
Lopers blijven altijd spelen op velden van dezelfde kleur.
Lopers onze bodes slaat op het aantal velden dat ze bestrijken, direct daarachter staat in het gedicht
wij vorstinnen triomferend op elk vlak De lopers gaan in het schaakspel voor de dame/koningin uit.
---
Dame of koningin
De dame is het machtigste stuk in het schaakspel. Ze mag (net zoals de koning) zowel horizontaal, verticaal als diagonaal (schuin) bewegen, maar dan
zoveel velden in elke richting als ze maar wil (zolang er natuurlijk geen andere stukken in de weg staan).
Een dame die in een van de hoeken van het bord staat, "bestrijkt" 21 andere velden. Dat is al behoorlijk wat, maar een dame die in het centrum (het midden) van het bord staat, is nog machtiger: zij bestrijkt maar liefst 27 andere velden!
Vandaar
vorstinnen triomferend op elk vlak
Dettie