1.mannelijk of staand rijm
Twee beklemtoonde eenlettergrepige woorden of woorddelen (op de beginconsonant na) zijn gelijkluidend. Zo bijvoorbeeld in Lithosfeer van G. Achterberg.
Niet langer meer apart
is 't kloppen van uw hart.
2.vrouwelijk of slepend rijm
Twee woorden of woorddelen, die elk bestaan uit één beklemtoonde en één onbeklemtoonde lettergreep (op de beginconsonant na) zijn gelijkluiden. Zo bijvoorbeeld in Het gras heeft de nacht al begonnen van H. Gorter.
maar de losse kastanjebladen
zijn schichtig en overladen
van wind.
3.glijdend rijm
Twee woorden of woorddelen, die elk bestaan uit één beklemtoonde en meerdere onbeklemtoonde lettergrepen (op de beginconsonant na) zijn gelijkluidend. Zo bijvoorbeeld in Woluwe-dal van Prosper Van Langendonck.
Van alle verre kruinen wellen wateren
die speels in spiegelklare beken klateren,